Mallemolen 578

Nou, aan deze blog heb je echt weinig leeswerk. 

En ik kan me er met weinig letters vanaf maken. 

Want?

Want ik kan even teruggrijpen op Mallemolen 571. Toen was het goedbeschouwd het voorafje. Bij ABP aangeven dat ik per januari 2027 gaarne ouderdomspensioen zou ontvangen ipv het huidige arbeidsongeschiktheidspensioen.    

Was dat bijzonder? Voor mij wel, want een kleine zes jaar geleden - ik kreeg toen een vrij ontnuchterende en tamelijk verschrikkelijke diagnose te verwerken - had ik niet in het vizier dat dát me nog gegeven zou zijn.

En vandaag - 4 september laat zich meer en meer kennen als een heel bijzondere datum* - werd het hoofdgerecht opgediend. 


Met een brief. 

Van de SVB, wat staat voor Sociale Verzekeringsbank. 

De kop luidde: 

Welkom! Vraag nu uw AOW aan

Nou, dat vond ik zo uitnodigend ('Welkom') en tegelijk ook zo licht-dwingend ('nu') dat ik meteen in actie ben geschoten.

Kortom, kennelijk oude en zeker ongeneeslijke man vraagt AOW aan.
(en die ouwe knar gaat nu - voor zijn gevoel als een jonge god - het huis door met stofzuiger en sopdoek.

*4 september

- 1979: opkomstdag militaire dienst 79-5
- 1980: afzwaaidag militaire dienst
- 1997: geboorte super-zoon Kay
- 2026: aanvraag AOW

  

Mallemolen - Boektip 32

Degelijke lichtheid rond het einde

Laat ik de titel en ondertitel er bij wijze van zure appel maar meteen in kletsen: ‘Tumult bij de uitgang – Lijden, lachen en denken rond het graf’. En denk je nu ‘oeps, een boek over de dood’, laat ik je dan geruststellen. Tuurlijk, het ís een boek over de dood, maar wel van de hand van verpleeghuisarts Bert Keizer. Hij houdt de zaken hanteerbaar, verwoordt het thema zo licht mogelijk. En eerlijk is eerlijk: heb/had je kanker, dan wordt je dood toch een iets actueler thema. Toch!?

Even wat flarden uit de flaptekst. Keizer poogt ’zo getrouw mogelijk verslag te doen van wat we allemaal denken, hopen, vrezen, overwegen en idioot vinden rond de sterfelijkheid van de mens’. Hij put daarbij uit een inmiddels overdadige bron want ‘in zijn werk als verpleeghuisarts ontmoet hij dagelijks patiënten, collega’s, filosofen, verpleegkundigen, schrijvers, dichters, doodgravers, warhoofden, predikers, wijzen en een enkele schurk’. En dat werk doet-ie al enige decennia.

Humor en menselijkheid staan centraal in ‘Tumult bij de uitgang’ waarbij Keizer zich afzet tegen ‘allerlei praatjesmakers die menen de wijsheid in pacht te hebben’. En dan doelt hij op ‘artsen die ‘biochemisch ravotten’ met terminale patiënten, maar ook zalvers en zwevers die ons met’ kleuterachtige onzin’ een rad voor ogen draaien’. Spreekt mij zeer aan.

Openingszinnen van het eerste stukje: “Sterven wordt overdreven, in allerlei opzichten. Allereerst wordt de moeilijkheidsgraad zwaar overschat… “. Mij heb je dan: humorvolle lichtheid met de voeten aan de grond; In elk geval weet je nu een beetje wat je kunt verwachten.

En om de verwachtingen nog wat verder in te kleuren: 250 pagina’s, goed voor 52 stukjes over de dood of de fase er vlak voor. Ook kanker? Ja/Nee. Op weg naar de dood doet dat er weinig toe, denk ik. En ben je nog een (vermeend) eind verwijderd van de dood? Dan is het een groot genoegen enigszins vertrouwd te raken met dat wat we doorgaans als het zwaarst inschatten. Nou, en als dat dan op zo’n lichte, onderhoudende manier kan … .   

Bert Keizer: Tumult bij de uitgang
ISBN 978 90 477 0600 7

Mallemolen 577b

Trip (tweede poging tot verslag)

Goed, gisteren trip gehad. Psilocybine. Paddo-spul.
Vandaag integratie-sessie.

Mijn avontuur is sowieso een succes. Ja, ook als de neuropatische pijn in mijn voeten en handen en/of de beleving van die pijn niet verandert.

De trip en alles eromheen heeft me verrijkt. Dat zit 'm in de onderwerpen, thema's en knelpunten uit mijn leven en in mijn situatie die naar boven kwamen. Soms werden die tijdens mijn vlucht ineens kristalhelder door de beelden die ik zag en de emoties waar ik doorheen ging. Er kwam ook een nieuw en verrassend onderwerp op. En soms kreeg ik een bevestiging van wat ik al min of meer wist over een thema.

Gedaan en gedurfd
Hoe dan ook is er de winst van het gedaan te hebben, het gedurfd te hebben. Er is ook de winst dat ik kennelijk controle kan opschorten, dat ik langer en meer kan laten gebeuren dan ik dacht. Dat ik me nieuwsgierig en in vol vertrouwen kon overgeven aan wat kwam.

Wat er kwam was uniek en heel intens. Intenser dan ik voor mogelijk hield. Ik voelde mijn voeten en handen meer dan ooit. Ik was een tijdje plat als een pannenkoek en zwart. Mijn handen lagen in mijn gevoel net zo plat op het matras als de rest van mijn lijf terwijl ik wist dat ze op mijn bekken/buik lagen. Op een zeker moment kwam een zwaar, wit, stralend iets van boven mijn buik in; dat paste kennelijk. 

Ik zag kleuren en golven die meebewogen op de muziek. Muziek die mij soms onontkoombaar met zich meenam en me dan weer ineens achterliet. Ik heb gelachen, gehuild en een orkest gedirigeerd. 

En het ging maar door, uiteindelijk vierenhalf uur. Muziek, beelden, kleuren, stukken in mijn lijf die een rol pakten qua gevoel, aanwezigheid en ook beweging. Er was een zwevende bol bros wit schitterend ijs, de verpersoonlijking van iemand. Die bol sublimeerde; het object vroor uiteen, verkruimelde en loste op. Later kwam diegene net zo stralend wit en ijzig terug. Toen werd het even emotioneel, kwam ik bij verdriet, waarna ik het stralende witte ijzige geheel klem heb gezet en kon aangeven: jij (de pijn/het verdriet) wint niet, van jou verlies ik niet.

Er was meer emotie. Tranen. Van geluk en een angstig besef tegelijk. Glashelder zien hoe groots en belangrijk een paar mensen zijn en ineens keihard beseffen ze ooit los te moeten laten. Dat laatste was verrassend. Ik dacht: ik ga eerder dood dan zij, dus het laten-gaan-probleem zit vooral bij hen. Niet dus.

Traagheid
En er was een mooie ervaring tijdens de trip, direct erna en later op de middag en avond. Een traagheid die weldadig voelde en tegelijkertijd een gevoel van rustig uitdrijven; ik hoefde niks. Bij het van de vliegtuigmodus halen van mijn 06 knorde en plopte het apparaat vrolijk en onderweg naar huis zag ik een baaierd aan appjes en mailtjes. Het deed me niks. Ik deed niks. Ik dacht: is voor straks, voor later, dat komt wel, nu eerst verder landen, wat liggen, wat eten, wat aandacht voor Jip en Lucy, alvast wat vertellen aan super-F.. Als er veel is en dan niks doen. Dat is voor mijn doen ongekend. Het voelde goed.

Wat na thuiskomst volgde was een nog wat mistig diner, een iets minder mistige wandeling door het dorp en een heel matige nacht met een doodmoe lijf, met zoemende en pijnlijke voeten waar ook nog steekjes en krampjes in zaten en met een hoofd dat veel herbeleefde van de trip terwijl ik mezelf ook zag en voelde op het tripbed. En ik zag mezelf door de kamer schuifelen tijdens de sanitaire stops.

Bij de eerste stop kreeg ik het beeld van hoe zweven eruit ziet. Een vloer die vloer is, maar toch weinig vastigheid belooft. "Pfoeh", zei ik tollend op de bedrand. "Komt stevig aan, hè", zei de psycholoog. "Ja". Samen zes woorden. Volledig begrip. Totaal veilig gevoel.

Ik ervoer ook hoe spacen voelt en eruit ziet bij je ledematen: mijn handen zag ik, die waren van mij, geen twijfel mogelijk, maar ze hadden hun volstrekt eigen regie. Ze presenteerden zich aan me in een vertraagde choreografie waar ik met vrolijke verbazing naar keek. 

Vanmorgen zijn er bij de integratie-sessie met de psycholoog wat punten op de i gezet. Dat ging onder begeleiding van humor, diepgang, een stukje van haar verhaal, highlights van mijn belevenis. Er was een lach, veel ontspanning en een enkel traantje. Er werden wat dingen in perspectief geplaatst en van nog wat context en details voorzien. Een doodmoe maar heel blij mens stapte na een uur in de auto. 

Wijzer. Rijker. En trots. 

Geprobeerd, gedurfd, gedaan.

(dat laatste klinkt stoer, maar het kon alleen dankzij de geweldige, betrokken en vakbekwame begeleiding van de psycholoog. De dag voor de trip. Vervolgens op de dag zelf vlak voor, tijdens en na de trip. En vandaag weer. Ze liet me voelen constant in control te zijn, was een baken van rust, gaf me alle ruimte om het zelf te doen en was er in alles voor me als ik dat nodig zou hebben.)     

Mallemolen 577a

Trip (eerste poging tot verslag)

Ik had dus een trip. Psilocybine. Vraag was: krijg ik de lage dosering-placebo of het volle pond. Binnen tien minuten was die vraag beantwoord: het volle pond.

En toen?

Het is nauwelijks in woorden te vatten wat me gebeurde. Ik kom nu - negen uur na de trip - niet verder dan een aanzet.

Het was vooral heel veel en heel intens. Het was uniek, soms ook eng, maar meest goed. Het was verrijkend aan inzichten, maar die zijn nu eigenlijk (nog) niet in woorden te vatten.

Ik heb er hoe dan ook geen spijt van.

Morgen heb ik een integratie-sessie om hier en daar handen en voeten te geven aan wat ik beleefde en wat er loskwam. De psycholoog gaf een vel met vragen mee en de verzekering dat ik ze thuis mocht invullen als dat lukte, als ik al de juiste woorden kon vinden. "En anders kijken we er morgen naar." 

Nu al is deze trip sowieso een openbaring. En ik vond het uniek wat er met je gebeurt en wat je beleeft. Een paar inzichten, beelden en ervaringen heb ik vlak na de trip (zeg maar tijdens het uitdrijven) genoteerd.  

Enorm pluspunt was dat de begeleiding vanuit het VUmc ontzettend goed is. Ik hoopte er 'vrij' in te kunnen gaan, open en nieuwsgierig. Daarnaast ik hoopte dat ik het gewoon kon laten gebeuren, kon loslaten. Dat lukte en de geweldige begeleiding maakte dat mogelijk. Veiliger dan vandaag heb ik me zelden gevoeld, ondanks dat ik zoiets onbekends deed.



Mallemolen 577

Daytrip

Zo! Mijn activiteit van de dag zit er met mijn ochtendprogramma op. Twee uurtjes, intensieve uurtjes. Online. Met een psycholoog. En dat bleek nog maar het zeer prille begin van een avontuur dat fascinerender is dan ik kon inschatten. Ik ga af op één van de onzekerste, uitdagendste en uniekste ervaringen uit mijn leven.

Wat dan? Ik ga trippen. Ik ga het geestverruimende pad op. En wie mij een beetje kent, denkt nu wellicht van alles. Want Erik aan de geestverruimende middelen? Die gozer rookt niet, sport veel en drinkt nauwelijks en dan aan de hallucinerende spullen? Erik op een doelbewuste trip? Is het ‘m op zijn bijna pensioengerechtigde leeftijd in de bol geslagen? Heeft-ie ineens problemen die zo ernstig zijn dat ze alleen met paddo-achtige middelen oplosbaar zijn? Terechte vragen! En wie weet wat er straks, in de eerste helft van augustus, uit de paddohoed komt. Ik ben er na de afgelopen twee uur in elk geval razend benieuwd naar en enthousiast over.

Polyneuropathie
Waar heb ik het over? Ik had daarnet een screening en erna een intake. Met een psycholoog van de Vrije Universiteit. Dat was in het kader van een onderzoek naar het verlichten van klachten bij mensen met polyneuropathie door chemotherapie. Ik heb zulke klachten. Altijd pijn in mijn voeten. En een soort gevoelige ongevoeligheid. Bij vermoeidheid wordt dat iets erger. Dan doen ook mijn vingers/hand, lippen en littekens in mijn boven- en onderkaak mee. Normale pijnstillers helpen niet bij neuropathie. En dus is er onderzoek naar middelen die wél de pijn kunnen verminderen én naar middelen die de ervaring van de pijn kunnen verminderen.      

Dat laatste bleek bij de screening en wat mij betreft is dat een bonus en maakt het het aanstaande avontuur fascinerend. Uit de info bij de oproep om mee te werken aan het onderzoek had ik begrepen dat het ging om een proef met een stof die ook in paddo’s zit. En die stof zou neuropathische pijn kunnen verminderen. Punt.

Overzichtelijk
Nou, daar had ik wel oren naar met mijn gevoelig-ongevoelige voetjes. Het zou werken of niet werken en het was een onderzoek met wat gesprekken en één klinische dag waarop je het middel krijgt. Lekker overzichtelijk. Eerder deed ik mee aan een maanden durend onderzoek met een antidepressivum dat zou kunnen werken tegen neuropathische pijn. Dat was niet zo’n succes. Je moest in een week of twee een spiegel van het middel opbouwen en dan zou het al of niet moeten werken. Dat werd in de weken erna dan onderzocht. Maar helaas, aan de fase 'werkt wel/niet' kwam ik niet toe; na anderhalve week beroerd zijn en somber worden, besloten de onderzoeker en ik ermee te stoppen.

Goed, nu dus een ééndagsexperiment met meteen uitslag of het wel of niet de pijn wegneemt. Dacht ik. Maar dat is minder dan de helft van de insteek van de onderzoekers bleek vanmorgen. Er zijn twee ‘velden’ van onderzoek. Je krijgt een geestverruimend pilletje en dat – ik zeg het in mijn woorden en hoe ik het heb begrepen - brengt je in een andere staat van bewustzijn en die andere staat kan je helpen je pijn ook anders te beleven. Wel pijn, andere beleving ervan/omgang  ermee. Om die werking gaat het de onderzoekers vooral. En daarnaast kan het middel ook direct de pijn verminderen.

Screening
Het is een wetenschappelijke proef met een serieuze trip. Heel intens, zeker als je niet de lage placebo-dosering krijgt. Vandaar die screening. Er kan nogal wat met je gebeuren op de pilletjes-dag. Eerst ging het over mijn eventuele ervaring met geestverruimende middelen. Nou, die heb ik absoluut niet. Was geen punt, want gelukkig telde een runners-high ook mee. En ik denk dat de euforie bij het scoren van de gelijkmaker in de slotseconde dan ook meetelt. In elk geval had ik nu een idee wat me zou kunnen overvallen.

En ik moest mijn leven schetsen. Familie, werk, omstandigheden, levensloop, mijn huidige toestand en ‘zijn’, mogelijke trauma’s/PTSS-achtige toestanden. Dat werk. Ook ging het over eventuele zelfmoordgedachten en -neigingen gedurende mijn leven. Opdat ze weten of ik zo’n trip zou aankunnen en wat er eventueel tijdens mijn trip tevoorschijn zou kunnen komen. En wellicht ook opdat ik me realiseerde dat er met een krachtig, serieus middeltje werd gewerkt. Die al dan niet bedoelde boodschap kwam aan.

Intake
Nou de screening doorstond ik en dóór ging het. Intake. Daarbij werd onder meer de onderzoeksdag geschetst; ik begon het steeds leuker te vinden. Ja, óók toen bleek dat we op de hallucinatie-dag al om 8.15 uur bij de hoofdingang van het VU-ziekenhuis moeten staan. "En", klonk het streng, "minimaal 2,5 uur tevoren de laatste maaltijd. Zónder melkproducten". Vroeg op dus, voor mijn doen raar ontbijten en zeer bijtijds de snelweg op. “Dan haal ik je op en breng je naar de behandelkamer. Dat is een normale ziekenhuiskamer, maar die hebben we wel een beetje gezellig gemaakt, want je moet er de hele dag verblijven”, aldus de psycholoog die me die dag in de gaten zal houden en eventueel helpt. 

Vervolgens ging ze punt voor punt de dag door. Pilletje* van de psychiater of onderzoeker en dan na 10 tot 40 minuten de eerste effecten. Dat bleek een keur aan mogelijke effecten te zijn. Fysiek: zwaar gevoel in mijn lijf. Of juist licht. Tintelingen. Aandacht die vanzelf naar bepaalde plekken van mijn lichaam gaat. Zintuigen die op scherp komen te staan. Prikkels die intenser worden ervaren. Eventueel misselijkheid; vandaar dat vroege eten en het moeten mijden van dierlijk spul.  

Dat was het fysieke deel. Vervolgens kreeg de ruwe schets uit de screening over geestverruiming meer kleur, want psychologisch/emotioneel kan er nogal wat loskomen. Ik zal er een paar noemen. Gedachten die ineens anders gaan. Sneller. Of trager. Denken aan heel andere dingen dan normaal. Een andere sensatie van gedachten; wat normaal is kan heel fascinerend aandoen. Beelden en visioenen als je je ogen dicht hebt; patronen, kleuren, situaties, bepaalde mensen. Emoties die opkomen; verbazing, boosheid, verdriet, blijdschap.

Fascinerend.

Op voorhand kreeg ik al een advies: “Wat er ook gebeurt: laat maar komen. Dat werkt het beste. Onze ervaring is dat weerstand bieden het minder prettig maakt.”


Fases
Er zijn – bleek vervolgens – drie fases na het innemen van het pilletje: opstijgfase, plateaufase en landingsfase. Leukste detail daarbij vond ik: de landing gaat niet glad, maar in golfjes. Ik kreeg een beeld van deinend aanspoelen op het strand. “Na 4 tot 6 uur ben je er dan wel weer”, schetste de psycholoog. Ze vulde in dat kader nog wat aan wat betreft de psychische kant: “Als je er heel diep inzit, verlies je gevoel van tijd, ruimte etcetera. Maar je komt eruit. Ze zei het laatste met enige nadruk.

Het vervolg was leuk. Want je bent er dan wel uit, "maar", zei ze, "na de landing kun je allerlei gevoelens hebben. Blij, kwetsbaar, het gevoel van ‘laat me maar even’, … van alles. En als je het niet kunt omschrijven, er geen woorden voor hebt, of nog niet: dat geeft niet, laat maar. Dat komt de dag erna, bij de integratiesessie. Dan gaan we de gevoelens plaatsen zodat je er in je leven wat aan hebt.”

Nieuwsgierigheid
Ze schatte in dat ik voordeel heb van mijn nieuwsgierigheid. “Nieuwsgierigheid is handig als het raar of ongrijpbaar wordt. Het helpt als je nieuwgierig kunt kijken naar wat er opkomt. Als je je afvraagt: waarom dit? Of: kan of moet ik er wat mee? Je gaat met een soort helicopterview naar jezelf kijken, los van je vaste denken en – als je dat zo kunt zeggen – je ego.”

Al met al was het vanmorgen een lang verhaal/gesprek. “Op de onderzoeksdag gaan we niet zo in gesprek”, verzekerde de psycholoog me. “Doel is jou de kans te geven bij jezelf naar binnen te gaan.” En zij? Zij is erbij als verzorger en dat is dan vooral praktisch. Verzorging in de vorm van spullen, dingen. Een dekentje, drinken, misschien wat eten. En eventueel mentale steun. “We zullen je – als je erin zit  – niet snel benaderen; dat zou jou storen. Je moet straks zelf aangeven als je praktische of mentale hulp nodig hebt.”

Oogmasker en koptelefoon
Ze vervolgde met een paar praktische dingen. Ik krijg een oogmasker en een koptelefoon met een playlist gericht op de fases van de trip. En ook dan: “Als je voelt dat de muziek niet aansluit bij wat je voelt: zelf zeggen." En mocht het me onverhoopt bijna te veel worden, ook dan is het zaak te proberen het zelf het hoofd te bieden. "Je concentreren op je ademhaling, buikademhaling, om rustiger te worden, dat ken je waarschijnlijk wel al." Is de nood dan nog (te) hoog, dan mag ik het oogmasker en de koptelefoon afzetten en eventueel de psycholoog hulp vragen.

Zo lang mogelijk ‘binnen’ blijven is dus het devies. Geen gesprekken of geklets, dat wist ik al. Evenmin mogen lees- of puzzelboeken worden ingezet om de uren door te komen. Zo min mogelijk externe prikkels. Lachend zei ze: “Als je de hoge dosering krijgt, zul je daaraan ook absoluut geen behoefte hebben”. Schrijfspullen mogen trouwens wel, dus er is een kans dat ik mijn belevenis/gevoel live aan het papier toevertrouw.

Elke keer anders
De psycholoog zei in dat hele verhaal iets verrassends, wat ik los heb opgeschreven. “Je krijgt een psychedelische ervaring die uniek is.” Nou wist ze uit de screening al dat ik sowieso een unieke ervaring ga opdoen, want het is mijn eerste geestverruimende reis, maar het gaat nog verder. Een andere keer met dezelfde variabelen (mijzelf en dat pilletje) zal het hoe dan ook anders zijn, verzekerde ze me. "Elke trip is anders."     

Vervolgens gingen we op naar het slot. Dat was eerst praktisch. “Parkeren kan onder het ziekenhuis. Vanwege je neuropathie kan het fijn zijn sloffen mee te nemen. En je schrijfspullen mogen dus mee.”

Het bijna-slot was licht verrassend. “Neem ook iets mee waar je steun aan hebt. Een knuffel, een beeldje”. Knuffel? Beeldje? Iets dierbaars? Huiswerk.

Het slot was zeer verrassend. “Bedenk een vraag die je op die dag tijdens de trip wilt onderzoeken”. Zij onderzoeksresultaten. Ik ook wijzer. Heel attent.

* Psilocybine

Mallemolen 576

 

Roundup

Al maanden
is het rommelen.
Al bijna een jaar,
denk ik.

Er kriebelt wat.
Wel gedachten,
geen scherp beeld.
Geen vinger op zere plek.

Vandaar nu
even pas op de plaats.
Schrijven wat opkomt.
Voor mezelf.

Zaken op een rijtje.
Hopen op inzicht.
Of iets meer zicht.
En misschien een mogelijke uitweg.

Gaat het slecht? Nee.
Gaat het goed dan?
Ook niet.
Vaak wel, denk ik.

Neem ’s ochtends, het opstaan.
Barrière die er vroeger nooit was.
Lijf zegt: laat me liggen.
Beroerd. Moe. Lam.

Mijn hoofd weet inmiddels beter:
al voelt mijn lijf beroerd
en voelt niets daarin voor actie
ALS JE OPSTAAT TREKT HET BIJ!

Duidelijk beeld. Toch? Opstaan.
Maar wacht, bijkomstigheidje:
lamlendig-laat-me-lijf heeft hulp
van slaap die verbeten aanklampt.

Samen zijn die echt beresterk.  
Dus al weet mijn hoofd beter
en roept-ie in hoofdletters, 
het is vaak een titanenstrijd.

Rot aan de dag beginnen,
gebeurde het laatste jaar steeds vaker.
Lastig. Je die statistiek realiseren,
is een extra vermoeiend vooruitzicht.

Maar goed, we zijn opgestaan.
Dan is het vaak nog doorbijten.
Koffie doet soms wonderen.
Mijn vrijwel dagelijkse zeewaterbad vaak ook.

Dingen gaan doen helpt. Maar ...
... maar dan is er vaak onrust.
En moet ik mezelf afschalen:
wat moet er nou echt? Wat moet nu?

Ik kan niet meer te werken.
Hoeft gelukkig ook niet; veel ruimte,
maar ook een sterke wil
en zin in veel. Dat wringt.

Oh, en wat daarnaast speelt:
Neuropathie. Heb ik het zelden over,
maar mijn voeten doen altijd ‘pijn’.
Vingers, lippen en tandvlees vaak.

Die last neemt ook toe.
Schoenen voelen te strak
Voeten tintelen vaker. En intenser.
Bij kou crasht de aansturing.

Ja, en nog iets:
ik heb ook steeds minder energie
of noem het weerstand,
Ausdauer.

Dat betreft (vooral) mijn hoofd.
Ik las net terug; tijdens mijn re-integratie
ging het bij de bedrijfsarts over hetzelfde*:
geheugen, druk/drukte, nieuwe dingen, spanning, ...

Nou, ga er maar vanuit
dat het nu veel erger is,
nauwer luistert,
gauwer misgaat.

Misgaat ja, ondanks
meer ervaring met doseren.
Middelen tussen wat ik wil en kan.
Kiezen waarvoor ik wel en geen tol wil betalen.

Mis, ondanks dat ik moe ben.
Vaak moe. Want het is altijd spannend
op het veld tussen mentaal en fysiek fit blijven
en mezelf ondermijnen.

Dat heeft van doen
met trots, eer, sterke wil,
lol in dingen doen en willen weten.
En met wat ooit kon, mijn referentie.

Dus moet ik steeds scherper kiezen.
Wat wil ik zeker doen en wat staat reserve?
Wat lees ik en wanneer en waar?
Naar wie e/o wat ga ik toe? En hoe lang?

De lijst is lang.
Wanneer trainen en wat?
Welk deel van het klusje vandaag? Wat morgen?
Dat werk.

En ook:
Wat is mijn plan B
als A strandt,
of niet van de grond komt?

Klinkt allemaal vrij bezig.
Aard. Beestje.
Voor ziek zijn, voor afbouwen,
voor slagbomen ben ik niet gemaakt.

Dat laatste redt me regelmatig
als slaaprest en lam-vermomd lijf
samenspannen tegen
wat mijn hoofd weet en opdraagt.

Dus neem ik me voor:
morgen volg ik onverbiddelijk
de ‘OPSTAAN HELPT’. (En zet ik
een tweede wekker. Op opsta-afstand)

P.S.
Denk vooral niet dat ik, om in het spoor te blijven, puur afhankelijk ben van exercities als deze. Gelukkig hoef ik het niet alleen te doen.
Onveranderlijk is er super-eega F., die onder meer toeziet, met me spart en de handrem bedient.
Én zijn er mensen die, net als super-F., gevraagd en ongevraagd advies geven.
Maar af en toe moet je gewoon even bij jezelf naar binnen kijken. 
   

https://erikhuisman.wordpress.com/2022/08/18/mallemolen-297/

Zes woorden (17 t/m 27)

Gisteren bij Paagman 

Boekpresentatie 'Cool Machine'


Derde deel trilogie

van Colson Whitehead 


Colson was erbij

Interview, vragen, signeren


In val gelopen

Inderdaad, boek gekocht


Hapje uit erfenis

Komt zeker goed


Tuurlijk, is onontkoombaar: 

heb gesigneerd exemplaar (😅)


Maar nu eerst

heel veel leeswerk


Heb trilogie compleet

met 'Cool Machine'


Maar 'Harlem Shuffle'

lag nog ongelezen


En 'Misdaad Manifest'?

Ja, die ook


Dus hup Huisman

Aan de slag!




Zes woorden (16)

Teken van leven

Vrees wordt hoop 


Zes woorden (13, 14 en 15)

Denken, hopen, wachten.

Hopen, wachten, denken.


Wachten, denken, hopen.

Denken, wachten, hopen.


Wachten, hopen, denken.

Hopen, denken, wachten.

Zes woorden (10 en 11)

Dalende zon neemt

temperatuur voorzichtig mee


De zee roept:

kom je plonzen?



Zes woorden (8 en 9)

 Verven, soppen, duiken.

Alles heel vroeg.


Smoorheet, dus vanmiddag

boek, blower, bottle.



Zes woorden (3, 4, 5 en 6)


Twijfel tussen drie.

Boeken. Welke eerst?


Eco won. Nipt.

Was de dunste.


Murakami volgt snel;

drie in één.


En Rahman dan?

Die komt daarna.

Mallemolen - Boektip 31*

 

Rouwen met handelingen

Moeder overlijdt. Alvleesklierkanker. Zoon: “Ik besloot de volgende dag … spontaan en zonder vooropgezet plan mijn moeder te gedenken met kleine, voor haar betekenisvolle handelingen. Een t-shirt uit Denemarken dragen dat ze me ooit had gegeven, luisteren naar een muziekprogramma waarvan ze hield, … .”

Waarom deed hij dat? “[Ik stond nu] voor de opgave me te verhouden tot een meer dan essentieel gevoel, verdriet om de dood van mijn moeder. Maar juist het rouwen, de bewust gezochte handelingen vol herinnering verhoogden mijn gevoeligheid en stelden me in staat een leven … te volgen, te beschrijven en ook na te leven.”

Beschrijven. Logisch. Niedekker is schrijver. Het werd een mooi verhaal, mede doordat de aanvankelijk nog losse notities meer samenhang kregen naarmate de tijd verstreek en zijn ‘emotionele nood’ afnam. “De schrijver nam de pen over van de rouwende zoon”.

Niedekker beschrijft het proces in zijn ‘Vooraf’ aan het begin van het (dag)boek dat hij vijf maanden bijhield. Het resultaat ervoer ik als een ‘rouwreis’ beschreven in een prachtig dagboek. De grootste kracht van ‘Rouw’ is dat het inspireert en ogen opent.

Vormgeven
Zonder dat het zijn doel is, stipt Niedekker met zijn handelingen vol herinnering tal van mogelijkheden aan voor hoe je kunt rouwen en een groot verlies kunt vormgeven. Het gaat over dingen doen in de geest van wie/wat je verloor.

En wat deed hij dan? Betekenisvolle plekken zien. Bepaalde spullen koesteren van diegene en je het verhaal erbij herinneren. Ik wilde een paar voorbeelden geven en liep al meteen vast: te veel mooie voorbeelden al in de eerste maand. Ik bleef noteren, geen doen. Niedekker palmde me razendsnel in.

Niettemin: een paar voorbeelden. “Ik heb voor ma een walnoot geraapt”. “Ik heb ik in Stedevaart van Jan Brokken ‘Mijn eeuw, mijn beest’ gelezen, ...”. “Ik heb namens ma haar horloge aan Zjan gegeven”.  “Vandaag heb ik dus het schrift gekocht waarin ik voor haar of ter nagedachtenis aan haar mijn boek over de ochtenden zal schrijven”. “Ik heb vanochtend in de mistige vroegte ook namens ma de auto voor de keuring naar de garage in De Goorn gebracht”.

Vrijdagen
En op vrijdagen om 14.00 uur, de tijd waarop zijn moeder via euthanasie overleed, pakt hij de stilte. “Ik ben stil voor ma. De wekker van mijn mobiel gaat om tien voor twee af”. Op 13 november: “Op mijn tegendraadse geluksdag (op een vrijdag ben ik geboren en 13 is mijn geluksgetal) loop ik rond twee uur het bos in …”. “Op deze regenachtige vrijdag ga ik iets na tweeën naar buiten. Een buizerd …”.   

Wat sterk werkt is de dagboekvorm. Elke dag iets dierbaars/betekenisvols. Dat levert meest korte stukjes op die je één voor één kunt lezen en ze tussendoor overdenken. Dan wordt het meditatief. Of je leest ze in één ruk allemaal achter elkaar weg. Dan mis je misschien hier en daar een rouwmanier, maar beleef je meer zijn ‘reis’ en krijg je een mooie reconstructie van het leven van zijn moeder.

Donald Niedekker: ‘Rouw’
ISBN 978 90 834 1196 5

* Voor Carma – Centrum voor leven met en na kanker schrijf ik boektips. Een aantal alinea’s over een boek waar ik tegenaan liep. Ik probeer aan te geven waarom het boek mij raakte en geef aan waarom mensen geraakt door kanker er wat aan kunnen hebben. Dat kan nadrukkelijk óók gewoon plezier zijn, zoals ik dat beleef aan het lezen voor en schrijven van deze stukjes.

Mallemolen 575

Niet-zo-topdag

En dan slaat-ie tóch toe.
Toch, alsnog.
Lafbek.

De schuldige?
Het infuus van woensdag,
bedoeld om mijn botkwaliteit
een boost te geven.

Want ja, het gevolg van
testosteron afknijpen,
is botweefsel verliezen.

Inleveren,
ondanks die calciumpil
elke dag. En vitamine D.

Brozer bot,
hoeveel je ook sport
en trekt aan gewichten.

Hoe je je ook kleurenblind rent
of met een basketbal
loopt te rossen op een veldje.

Goed, infuus dus,
slaat geniepig toe,
op dag twee.

Eerder niet?
Jawel, gisteren;
dat was, blijkt nu,
een aanzetje.

Vandaag is ‘t serieuzer.
Moeizaam opstaan,
al moe bij 't ontbijt
en wat knorrig ook.

En wat doe je dan
als ’t steviger aantikt?
Beetje pionieren.

Na het ontbijt
en een plons in zee
wél met de stofzuiger
door het hele huis.

Normaal
tempootje tornado
vandaag
als een zuchtje wind.

Wat ik dan nog niet weet
is dat het zuigen
eigenlijk nog best goed gaat.

Bij het soppen en dweilen
weet ik beter.
Schade, schande.

Te hoog tempo,
net iets te grondig.
Aanvankelijk dan.
Ik kies voor een licht-Franse slag.

Niettemin,
mijn benen vullen zich
met lood.

Mijn voeten tintelen
en gaan serieus pijn doen;
mijn hoofd hult zich in mist.

Na de lunch
is het niet veel meer.
Nee, niet kapot
of gesloopt.

Nee, ook niet
dat gaan liggen
onontkoombaar is
of het beste lijkt.

Gewoon wat ik zei:
niet top en daar dan
een eindje onder.

Voor het beeld:
het Libris-prijswinnende boek
(‘Aan het einde van de oorlog’, Bert Natter):
- prachtig en ik zit er helemaal in -
is echt te hoog gegrepen.

Gelukkig is er tennis:
de eerste halve finale
op Roland Garros.

Partij duurt drie uur,
hoofdmist trekt wat op,
benen verliezen lood.

En mijn moeilijke voeten?
Bijna pijnvrij,
al zoemen ze nog licht.

Niettemin,
het voorgenomen rennen
ruil ik in.

Het wordt fietsen
Monster – Kijkduin – Monster,
niet als de gebruikelijke tornado
maar als een zuchtje wind.

Het pakt goed uit.
Gelukkig.
Dat biedt perspectieven
voor de avond.

Lezen lijkt nu wél mogelijk
en als ik me vergis
dan gooi ik een wissel om.

Roland Garros heeft
die andere halve finale
nog in de aanbieding.

In elk geval heb ik keus
en wil ik weer meer
dan vanmiddag.

Zo gaat dat vaker
op een niet-zo-topdag.




 







 
 

Mallemolen - Boektip 30*

Buiten’dood’gewoon verhaal

Van de omslag van Martelmeeuw een ‘dood’gewoon verhaal: “… is ook een open en ontroerend verhaal over kanker, behandeling, mantelzorg, euthanasie en afscheid”. Ook. Ook, want bovenal zou het – ook weer volgens de omslag – “een adembenemend mooi boek over de liefde” zijn.

Lost Mantelmeeuw al die beloftes in? JA! Ja, plus onzekerheid, dilemma’s, emoties, vragen, twijfel en keuzes. Is het daardoor een ‘zwaar’ boek? Nee, lichter dan je zou denken/vrezen.

Mantelmeeuw is het relaas van Thérèse Laurant (46), later Van Altena-Laurant, vrouw van Ferdinand (69). Zij danseres/choreografe; hij oprichter van een dansgezelschap. Hij was moe, had weinig eetlust en vreemde koortsen. Wat leek op een infectie na een heftige vakantie op Sri Lanka blijkt darmkanker te zijn. Uitgezaaid.

Nog voor dat vonnis is uitgesproken heeft Thérèse je al gevangen. Klemvast. Met mooie beelden in zeer verzorgd, humorvol proza. “Het ruikt zoals een ziekenhuis op dit soort afdelingen ruikt: naar ontsmettingsmiddel, naar diarree, vergankelijkheid en naar verdriet. Ik heb nooit geweten dat verdriet een eigen geur heeft.” En dan ben je nog pas op bladzijde 9.  En even verderop, vlak voor het gesprek waarvan ze weten dat dan een ernstig vonnis zal worden uitgesproken: “De ontwerper van de gladde beukenhouten stoelen in de spreekkamer mag veel voor ogen gehad hebben bij het tekenen van de designstoelen, zitcomfort was zeker geen eerste vereiste. …. we blijven uit de stoelen glijden en moeten steeds gaan verzitten. Het ziet eruit alsof we onrustig zijn.” Mij heb je dan. Overigens, het boek speelt zich grotendeels buiten het ziekenhuis af.

Het loopt met Ferdinand niet goed af, dat weet je al van de flaptekst. Daar stond immers ‘euthanasie’(Ferdinand is er al vanaf het begin mee bezig) en ‘afscheid’. En tóch … en tóch sleept Thérèse je ademloos en nieuwsgierig mee. Mee door de resterende 166 pagina’s, langs 17 maanden ziekte, een flashback naar Sri Lanka plus 8 maanden leven na de dood. Veel is herkenbaar. En het is pakkend, aangrijpend, open en echt. En vaak licht. “Ik kan huilen met snikken, ik kan huilen met gesnotter, maar dit is een vorm van geluidloos huilen, alsof je uien snijdt. Het zijn tranen die van heel diep lijken te komen. Ze vallen echt, pets, pets, zwarte vlekken op het witte beddengoed. Ik moet misschien maar waterproof mascara gaan aanschaffen. Of me voorbereiden op een mascaraloos tijdperk.”     

Simpele conclusie: Ferdinands mantelmeeuw vertelt misschien een ‘dood’gewoon verhaal, maar ze heeft dat wel buitengewoon opgeschreven. 

Thérèse van Altena-Laurant: Mantelmeeuw – een ‘dood’gewoon verhaal
ISBN 978 90 812224 1 9

* Voor Carma – Centrum voor leven met en na kanker schrijf ik (vrijwel) elke maand een boektip. Een aantal alinea’s over een boek waar ik tegenaan liep. Ik probeer aan te geven waarom het boek mij raakte en geef aan waarom mensen geraakt door kanker er wat aan kunnen hebben. Dat kan nadrukkelijk óók gewoon plezier zijn, zoals ik dat beleef aan het lezen voor en schrijven van deze stukjes.

Mallemolen 574

Eerst maar even een appje eruit gooien naar R..
Antwoord op haar foto met als onderschrift:  
Goedemorgen, mooier kan
ik het niet maken ... grijs en
windy, gelukkig niet koud. 🤗    

Daarop kon ik - met inmiddels een autoritje Monster -} ziekenhuis Den Haag -} Monster achter de kiezen - gepast opgewekt reageren. En nou is het wel goed om te vermelden dat het doel in het ziekenhuis de viermaandelijkse ontmoeting met de oncoloog was. Inderdaad, niet echt een vrijblijvende samenkomst. We kregen weer een globale update over de rust/onrust op het gebied van de snertcellen, mijn uitgezaaide kankercellen.          

Goed, ik reageerde dus gepast opgewekt. Lees maar even mee:
Goedemorgen! Hier ook. Wind. Grijs.
Spatjes regen.

En ook:
Toch schijnt de ☀️ een beetje. Net
bij de oncoloog geweest. De stijging
van mijn PSA (dat wat liefst zo laag
mogelijk blijft) viel heel erg mee. Plus
- afgezien van de bijwerkingen - geen
'ziekte'-klachten.
🎉🎉🎉 🎉🎉🎉 🎉🎉 

Ja, en meteen er achteraan de tuin in gelopen en mijn camera laten klikken, want R. en ik wisselen ook steeds foto's uit.

Maar terug naar waar het vandaag echt om ging: de oncoloog. Prettige man. Al bijna vijf jaar. Vanaf het begin. Hij was mijn vierde oncoloog en stapte in toen ik tien maanden een ongeneeslijk zieke man was, al tien weken ploeterde na vijf slopende chemo's, nog steeds niet herstelde/sterker werd en inmiddels de moed in een razend vaartje aan het verliezen was. Hij luisterde toen geduldig (heel belangrijk), vulde informatie aan die door de wisseling van oncologen niet verstrekt was, kreeg al in dat eerste gesprek een aardig idee van wie ik was en wat ik wilde/verwachtte/hoopte en van hoe ik verder in elkaar zat én hij katapulteerde me naar de ziekenhuispsycholoog. Sindsdien zitten we heel erg op een lijn.

Openingsvraag
Dat kwam vandaag andermaal goed uit. Hij snapte - na zijn gebruikelijke openingsvraag 'hoe gaat het?' - ook nu dat ik echt baal van almaar minder energie hebben en dat ik dus scherper moeten kiezen en vaker moe ben, langer ook. En dat dat soms toch somber maakt. Of noem het een ietsje teleurgesteld. Hij begreep dat dat met mijn bedrijvige aard regelmatig lastig is en schuurt. 

Hij beaamde dat ik het best goed doe met al mijn activiteit, met het duwen tegen mijn grenzen, maar dat de consequentie is dat ik die grenzen dan ook vaak en stevig voel. En soms over het randje kieper. Dat ik mijn eigen kompaan én tegenstander ben. Dat mijn aard een zegen en een vloek kan zijn. En dat ik er in een week met een oriëntatiegesprek over (levens)testament, oncoloogbezoek, tandartsconsult én een afspraak bij de psycholoog niet veel andere dingen bij kan en zal doen. Waarschijnlijk. In elk geval weinig extra dingen zal plannen.

Dat we op een lijn zitten, maakte het mogelijk om relatief snel mijn agendapunten af te handelen. Tóch geen castratie om af te zijn van de driemaandelijkse anti-hormoonprik; de te behalen winst in energie is hoogstwaarschijnlijk minimaal, leerde een rondje oncoloog, uroloog en huisarts. En hij verwelkomde dat mijn ontmoeting met de psycholoog van overmorgen waarschijnlijk voorlopig de laatste is. Ik kan en wil het op dat vlak weer vooral zelf doen met de mensen om me heen.  

Printje
En ik had een printje van een artikel uit de krant. Want N I E U W !! Een speciale manier van bestralen bij prostaatkanker met uitzaaiingen. (Alvast een disclaimer: ik ben absoluut niet van het manisch/panisch doorploegen van het internet en gedrukte media op zoek naar in Nederland, Europa of de rest van de wereld ontdekte/ontwikkelde revolutionaire, spectaculaire e/o wonderbehandelmethoden.) Ik kon nu mooi vragen of dit onderzoek van het Radboudumc voor mij t.z.t. wellicht iets kon zijn. De grootste troef was - naast levensverlenging - dat er weinig bijwerkingen zijn. 

Inderdaad kan het t.z.t. en eventueel wat voor mij zijn, maar zeker is dat niet. De realiteit is vaak wat genuanceerder en ingewikkelder dan het in zo'n krantenstukkie staat. Mijn oncoloog kon dat mij (oud-biologiedocent) geloofwaardig en overtuigend uitleggen. Ik zou kunnen vallen onder de doelgroep, maar mogelijk ook niet; onderzoek wordt vaak bij heel specifieke groepen gedaan. En wat betreft de bijwerkingen die er niet zouden zijn: ook dat ligt bij dergelijke onderzoeken vaak iets genuanceerder dan het zo kort na een onderzoek kan worden overzien en het in zo'n krantenartikel kan staan.

'Niet aan toe'
"Maar, aan dergelijke mogelijke behandelingen zijn we nog helemaal niet toe", zei hij ontspannen. Hij had het bruggetje naar mijn PSA gemaakt, mijn vierde en laatste agendapunt. De PSA reflecteert de mate van activiteit van de snertcellen in mijn lijf en is (met mijn antwoord op de vraag hoe het gaat en of ik nog klachten heb) bij elk bezoek aan de oncoloog het piece de resistance, "Je PSA is 11", vervolgde hij net zo ontspannen. Het viel hem heel erg mee, zei hij nog. Ons ook. Heel erg. 

Want natuurlijk hadden we op weg naar het gesprek even zitten hoofdrekenen met de waardes en de relatieve stijging van de vorig keren in het achterhoofd. April 2025 (4,65) was de waarde 1,40 maal de waarde van december 2024 (3,3). In september 2025 was het met 5,9 'slechts' 1,26 maal de waarde van de keer ervoor, maar in januari 2026 was het ineens 8,8 en dat is 1,5 keer wat het de keer ervoor was. 

Super-eega F. hield daarom rekening met 13,5 en hield haar voorspelling op 'tussen 13 en 14'. Ik zat er positief in. Anderhalf keer wat het was zou betekenen 1,5 x 8,8 = 13,2. Maar, bedacht ik, ik voel me goed en dus zet ik iets lager in: 12,5. Nou, en toen was het dus 11 en kon ik het vuurwerk weer zonder reserve van stal halen!  

En dan nu ...
Ja, dan is alles goed en wel, maar is het intussen wél hoog tijd voor koffie.

En lunch. 

En tijd om het betrekkelijk goede nieuws via wat andere kanalen door te seinen.

En geef ik vanmiddag ruim baan voor een rondje rennen.

En ervoor en ook erna is er tijd voor wat actie op het boekenleesfront.

En zal tussen die bedrijven door het 'meisje van ons' a.k.a. Jip (een naam waarnaar ze totaal niet luistert) haar portie aandacht wel bevechten. Dat kan ik na de oncoloog wel handelen.    


   

Mallemolen 573

 


De Golden Ten 2026! Delluft. Hemelvaartsdag-traditie. Tien kilometer. Hardlopen. En ook deze editie zit in de tas. Op een dag die zeer regenachtig zou zijn en ook zodanig startte en ik … .

Jeetje, weer hardlopen?
De vorige Mallemolen ging daar toch ook over?
Loopt die gozer alleen maar hard?
Wil hij alleen nog maar over zijn sportieve verrichtingen schrijven?

Vier vragen. Hierbij de antwoorden:{

Ja.
Jazeker!
Nee, zeker niet.
Nee joh. Kijk maar. Maar eerst even wel.

Want het is dus gelukt. Heel gebleven. Ook nog binnen het uur gefinisht. Wel ‘slechter’ dan vorig jaar, zag ik net. Toen ging-ie in 58.11, vandaag was er 58.33 nodig. Het ging ook niet met verve. Allerminst. Centrum Delft - Delftse Hout - Centrum Delft bleek een opgave. Voeten, kuiten en bovenbenen: eendrachtig hadden ze het lastig en na 6 kilometer wilden ze er eigenlijk de brui aan geven. Maar daar zouden we midden in de Delftse Hout natuurlijk niks mee opschieten, dus heb ik de muiterij de kop in gedrukt. Met moeite, zeker tegen het einde.

Nog wel een beetje genoten? Ja! Maar eerlijk is eerlijk, een stuk minder dan een kleine week geleden in en om Ter Heijde. Dat had meerdere redenen en dat heeft dan weer veel met snertcellen te maken.

Allereerst en vooral: de Golden Ten is (veel) drukker dan de Beachrun Ter Heijde. Meer speakergeweld en vééééél meer lopers. En vlak de toeristen en de ‘dagje vrij’-mensen niet uit. Eén en al onrust dus en kleuren, geluid en geworstel om bij het startvak te geraken. Constant drukte om je heen tijdens het rennen. En ná de finish andermaal een muur van kleuren, onrust, geluid, gedrang en zo.


Dat was vroeger niet zo’n punt. Nu wel. De keerzijde van chemoschade en testosteronremming.

Daarnaast: voor ik bij de start van de Golden Ten ben, zit ik ruim een half uur in de auto en moet ik nog een minuut of tien á vijftien wandelen. Voor ‘Ter Heijde’ sla ik vanuit de voordeur drie keer rechts en twee keer links; 400 wandel-/opwarmmeters.  

Ja, en niet onbelangrijk: ik had een heel stevig weekje in de benen. En de rest van mijn lijf. Eerst uit alle macht herstellen van de inspanning van de Beachrun Ter Heijde van vorige week vrijdag. Op maandag met veel beheersing de ‘crossfit’ doorstaan. Ik had ook een paar matige nachten. En ik moest bloedprikken op een (achteraf gezien) iets te vroeg afgesproken uur.

Ja, en dan was er ook nog een lezing. Over mijn leven met snertcellen. Helemaal in Den Helder. Dat was naast een takkeneind rijden ook een inspannende aangelegenheid. Een lezing verzorgen levert veel plezier op, maar kost ook een boel. Energie. Vooral van het koppie. En in dit geval ook een uurtje slaap, want het werd een latertje. Het nagesprek dat ontstond was nuttig en intens. Niet erg, want het was heel mooi en het was het dubbel en dwars waard.  

Maar ja, aan ‘heel mooi’ en ‘dubbel en dwars waard’ en alle andere dingen van de stevige afgelopen week wilden mijn benen vandaag totaal geen boodschap hebben, maar ze voelden ze wel.

En nu? Nu zit ik onder de streep dus met een matige tijd waarmee ik heel tevreden ben, met benen vol kramp en spierpijn, met een maag die trek heeft in alles én met een trots koppie.

Want weer gelukt.

Het eten is inmiddels bijna klaar. Tjap Tjoy-achtig. Eerst nog maar een biertje. Oh, 0.0 hoor.

Mallemolen 572


Beachrun Ter Heijde '26

The day after.
Na een nacht die zozo was.
Natuurlijk was die zozo.

Want mijn benen tintelden;
de rest van mijn lijf ook trouwens.
En mijn hoofd zoemde.
Van blijdschap. Opluchting ook.
Veel blijdschap.
Nog meer opluchting.

Blijdschap, want Beachrun Ter Heijde
- voor mij 'rondje achtertuin' én
nog gewoon 'Omloop Ter Heijde
' -
uit kunnen lopen.
De 10 kilometer.
Bij prachtig weer.
Soepel en ontspannen.

Matige tijd gelopen,
die tegelijk heel goed is.
Want niks geforceerd.
Elke meter gecontroleerd*.
Al die meters genoten.

En opluchting. Veel.
Gefinisht. Heel gebleven.
Mijn wankele linkerkuit
hield het de volle 10.000 meter,
al seinde hij na 7 kilometer
er eigenlijk genoeg van te hebben.

We hebben het op een akkoordje gegooid.
Ik heb wat ingehouden 
op het stuk over het duin
op weg naar de tweede keer strand.
En 'm behoedzaam 
door het mulle zand geloodst.

Kuitmans, op zijn beurt,
was vervolgens gul.
Hij stond me op het harde zand
een lichte versnelling toe.

Samen raapten we op het strand 
een mannetje of acht op.
En op de helling na het strand 
nog een paar.

En vlak voor de laatste bocht
besloten we eensgezind:
'nu een ouderwetse Steigerung,
dat meisje voor ons 
kunnen we genadeloos verschalken.'
(*toegegeven: dat waren
50 minder verantwoorde meters)

Nou, vervolgens dus
1.05.31 klokken
én een zozo-nacht.
Geen punt. 
Nu - net uit bed -
koffie, brood & kat.
Straks losfietsen.
En als dat lukt
- want ik voel nu natuurlijk wel wa-hat -
een stukkie op de crosstrainer.

En anders een boek. Lezen.
Of - we zitten dan toch in Den Haag -
ff naar Paagman! Leesvoer.









Nacht. Boek. Uit.

Nacht.
Als slaap ff niet wil.
Boek. Drankje. Kat. 

Vooral boek.
Kat aai.
Stilte alom.

Kat. Schoot.
Koppie neer.
Glaasje. Boek. *)

Stukje.
Slokje.
Stukje.

Nog een stukje.
Slokje.
Stukje.

Kat draait.
Koppie weer neer.
Slokje. Stukje.

Uit!
Boek. Ineens.
Glaasje. Al even.

In!
Slaap. Kat. 
Bed. Ik. 

Hoop.
Slaap. Ik.
Mooi nieuw boek. Morgen. 

*) 



Koningsdag 2026

Ik zou nu hartstikke gemakzuchtig kunnen gaan zitten doen.
Gewoon herhalen wat ik vorig jaar tikte op Koningsdag.

Dat begon zo: 

Als / Koningsdag (Voluit leven 9)

Als het dan
voor de zoveelste keer
Koningsdag wordt.
Weer is.

En het ook
voor de zoveelste keer
een slagveld wordt.
Weer is.

Als je dan
voor de zoveelste keer
... .

Maar geef toe: da's te gemakzuchtig. Doe ik dus niet.
En als je wilt weten wát ik bij de 2025-editie van Koningsdag dan allemaal deed, dan raad ik je aan om dat ff op te zoeken op mijn oude blog (https://erikhuisman.wordpress.com/2025/04/26/mallemolen-536/)

Tip: lees daar na het derde blokje ff door, dan neem je de apologie mee.

Over Koningsdag 2026 kan ik kort zijn en dat is een typisch gevalletje van tijdnood. De zelf-opgelegde traditie wil namelijk dat ik na het ochtendprogramma altijd het NOS-verslag van Koningsdag integraal (terug)kijk. 

Dus houd ik het voor nu bij:
Vrijmarkt op De Fred. Het was wat ons betreft zeer goed gelukt. 
We waren er al vroeg. En je weet hoe het dan is. Gewoon. Heel veel rommeltjes, handelaren (amateur en professioneel), zangertjes, rook/bbq, cupcakes, brownies, nóg meer zangertjes en ook gitaristjes en violistjes, kleding en nóg meer kleding.
In dat geweld heb ik hier en daar een boek gekocht. Werd (andermaal) een gevalletje uit de hand escaleren. :-)

En nu dus tijdnood. Al die 23 boeken moeten in mijn lijst genoteerd worden (want dubbele boeken wil ik niet en helemaal scherp heb ik mijn boekenbezit niet). En ik moet ze opbergen natuurlijk. En ik zit dus met de koning c.s. in Dokkum.


 


          

Mallemolen 571

Zo! Dat was
- vlak voor het weekeinde -
ff een wakkertikkertje

Mailtje van ABP  
Pensioenfonds
Mijn deelsponsor sinds 3,5 jaar

Maar dit keer ‘s niet
over het maandelijkse
arbeidsongeschiktheidspensioen

De mail oogde belangrijk
Wás dat ook
Aankondiging. Nieuwe fase

Voelde als een overval
Prettige overrompeling
Aangename verrassing

Laten we wel wezen
Vijfenhalf jaar gelee
Had ik dit niet in ’t vizier

De jaren erop evenmin
Te druk met dag na dag
En week na week

Zelden aan gedacht
Misschien wel nooit
Maar ’t komt ’r toch van!

Want daar issie!
Wakker geschud
Ik moet/mag/kan ’t gaan doen!

Wat vijfenhalf jaar gelee
hoogst-onwaarschijnlijk leek
buiten bereik …

Ouderdomspensioen!
Aanvragen! Ik!
Ou-der-doms-pen-sioen!









Mallemolen - Boektip 29*

 

Reis voor jonge honden en oude wolven

Misschien denk je straks: deze heb ik toch al eens gezien? Dan zit je half goed. Eerder had ik het over ‘Grote Panda & Kleine Draak’ en ‘De reis van Grote Panda & Kleine Draak’ van James Norbury. Beide boeken nemen je mee door de seizoenen en op een reis. Het zijn doorlopende verhalen én vrijwel elke pagina biedt een op zichzelf staande tekening plus inzicht/overdenking.

Prachtig.

Ik had het eerder ook over ‘De reis van de wijze kat’. Ook mooi. Weer tekeningen, maar met aanmerkelijk meer tekst.

Stuk voor stuk zijn het mooie boeken. Boeken waaraan je - als ouder én kind - veel kunt hebben als je bent geraakt door kanker. Of door een andere ontwikkeling die je leven totaal verandert. De boeken gaan over avonturen, onverwachte voorvallen, verdriet, vreugde, hoop, vrees en hoe met dat alles om te gaan.

En nu dus weer een Norbury: De hond, de wolf en de maan. Ook dit boek is vooral een leesboek.

De kracht van ‘De hond, de wolf en de maan’ is dat het géén happy end heeft. In elk geval niet voor de wolf. En dat het boek niettemin hoopvol is. De wolf is oud, sleept de jonge hond Amaya onder de  poten en kaken van zijn roedelgenoten vandaan, raakt daarbij zwaargewond en maakt de keus zich over Amaya te ontfermen.

Amaya zoekt haar ouders. Ze volgen de maan; niet dat ze weten of die hen bij Amaya’s ouders zal brengen, maar als ze blijven waar ze zijn, vinden ze hen zeker niet terug. De reis van de hond en de wolf is vol moeilijkheden. Blokkades, twijfels, hun pad is onzeker en de krachten van de wolf begeven het.

De ouders van Amaya komen nooit in beeld, maar toch vinden ze veel. Inzichten. Ze maken een mentale/spirituele reis. Over verlies, hoop, vertrouwen, dwars door alles heen. Echt een boek voor oude wolven én voor jonge honden over liefde, opoffering, verantwoordelijkheid en het omarmen van verandering.

James Norbury: ‘De hond, de wolf en de maan’
ISBN 9789464043457


* Voor Carma – Centrum voor leven met en na kanker schrijf ik elke maand een boektip. Een aantal alinea’s over een boek waar ik tegenaan liep. Ik probeer aan te geven waarom het boek mij raakte en geef aan waarom mensen geraakt door kanker er wat aan kunnen hebben. Dat kan nadrukkelijk óók gewoon plezier zijn, zoals ik dat beleef aan het lezen voor en schrijven van deze stukjes.

Aftrap

Dit is - sinds 13-04-2026 - de voortzetting van het blog dat ik al sinds 2011 had. Dat blog had ik op Wordpress. Daar kwam ik niet meer op als gevolg van allerlei gehannes met inlogs en apps en vergeefse verzoeken om hulp. 

En dus koos ik voor deze opvolger. Zo kon ik door blijven schrijven zonder dat het me nog meer energie kost. Wie mij enigszins volgt weet dat energie sinds september 2020 onaangenaam beperkt voorradig is met dank aan een nare ziekte. Daarom dus deze voortzetting van mijn activiteiten als blogger.

Vandaar deze aftrap.

Op mijn WordPress-blog had ik de pagina's Over Erik Huisman, Mijn boeken, Lezingen, Strand & Zee, Schaatsen, Taal en Boeken. Die staan inmiddels in volle glorie op dit blog. En dat is maar goed ook want dan heb je meteen zicht op wie er achter dit blog zit. En wat betreft de pagina Lezingen is dat extra leuk, want daarop leg ik uit wat mijn lezingen 'Voluit leven' en 'Voluit leven(i)skunst' inhouden. Daar vind je ook de agenda.  

Om de actuele draad op te pakken staat hieronder mijn laatste blog van Wordpress: Mallemolen 570.   

En voor wie pas hier kennismaakt: ja, je ligt er 570 achter plús allerlei andere schrijfsels die ik sinds 2011 produceerde. Wie dat wil, kan het allemaal vinden op erikhuisman.wordpress.com.        

----------------------------------------------------------

Mallemolen 570

Ik ‘loop’ weer bij de psycholoog. Vandaag was een sessie. Mijn jongste zus wilde weten hoe het was geweest en of het was gelukt samen wat handvatten te vinden. Dat hielp me meteen met het huiswerk.

Enigszins gestroomlijnd wat ik schreef aan mijn zus:
Soms blijft iets moeilijk, ook als het logisch lijkt. Of als het klein is of dat lijkt. Of niet nieuw is. En soms kom je niet achter de oorzaak. En soms (als je de oorzaak wel weet) kom je niet achter een oplossing. Oorzaak e/o oplossing zitten in je, dat weet je, maar je komt er almaar niet bij, je krijgt het niet scherp.

Ik heb ervoor gekozen niet te blijven puzzelen (en lang energie verliezen) en hulp te vragen. Vaak weet zo’n psych n.a.v. je verhaal een goede vraag te formuleren of je een goede opdracht te geven of zaken anders op een rijtje te zetten dan je zelf tot dan toe deed.

Wat er was en is: ik ben/was/blijf almaar moe, prikkelbaar. Schakelen bij problemen, drukte, gedoe gaat moeizamer en dan raak ik in problemen. Dan moet ik er in sociaal opzicht abrupter de rem op gooien. Zo ook met dingen die ik puur voor mezelf doe. Ophouden, inkorten, anders doen. Of niet doen. En ook: ongemak en irritaties blijven langer zeuren.

Dat alles wist ik al langer. En daarom had ik de oncoloog in september gevraagd wanneer de bodem was bereikt van het aantasten van mijn energieniveau door de testosteronremming. Mijn aanname was: er komt een moment dat alle testosteron uit je lijf is (ook uit weefsels die heel traag cellen vernieuwen) en dus zal er wel een bodem zijn.

Nou, die bodem is er niet, zei de oncoloog, de uitholling gaat door.

Op zich is dat niet groot; ik ben al jaren gewend aan elke keer iets minder energie hebben en gewend aan zaken als steeds iets sneller moe worden en langer moe zijn. En ik heb geleerd me daaraan (proberen) aan te passen; toegeven zonder op te geven. Toch zat de vermoeidheid me dwars, net als sneller kribbig en geïrriteerd zijn en in mijn hoofd ‘leeg’ zijn, moeilijker kunnen schakelen, moeizamer opstaan en de dag starten. Er bleef wat knagen.

Ik heb nu twee sessies bij de psycholoog gehad.

Bij het eerste gesprek vond ze dat mijn lat knap hoog ligt. Ze vroeg zich af wat ik deed en doe om minder moe, prikkelbaar, leeg en kwetsbaar te zijn. En ook welke controlemechanismen ik gebruik.

Dat heb ik drie weken bijgehouden. Een aardig lijstje.

  • zorgen voor voldoende slaap en ‘Untire’-pauzes (Untire is een app)
  • opgenomen tv-programma’s kijken
  • WK Sprint en WK Allround schaatsen kijken
  • wandelen om een broodje te halen / een flutboodschap te doen / richting strand
  • op Youtube liedjes beluisteren en er een playlist van maken voor mijn lezing ‘Voluit Leven(i)skunst’
  • op de tablet me laten opslorpen door een bubbleshoot-spel

    Een groot punt werd ‘druk van de ketel halen’:
  • ben ik onrustig? Wat is de oorzaak?
  • als ik veel ‘moet’ doen: wat moet daarvan echt? En wat moet nu? En hoe goed/snel/veel/hoog moet het?
  • me even verliezen in een mooi boek
  • de Fit4Life-training (een soort crossfit) doen met de instelling ‘alles wat lukt is meegenomen’
  • gedachten opschrijven en ordenen
  • proberen of het boek ‘Laat los wat je kapot maakt’ hier en daar handgrepen biedt
  • RENNEN! dat is fysiek inspannend, maar eenmaal onderweg is of kan er weinig tot niets; je kunt denken in flarden en eenmaal terug ben ik gegarandeerd rustiger en bezie ik alles relatiever.

Het maken van het lijstje hielp al iets; dan zie je het voor je.

In het tweede gesprek – vandaag – kwam het na het voordragen uit mijn inventarisatie ook op het beeld dat ik nu heb van de toekomst. Mijn antwoord was dat ik weet dat ik een forse stap terug zet als de testosteronremming zijn grip verliest; dan zijn er veel slimme snertcellen die mateloos kunnen groeien doordat ze geen testosteron nodig hebben. Dan gaat het snel helemaal mis met mij. Er moet/kan dan worden bijgeschakeld met een ander middel. Erbij dus. En elke ingreep heeft forse bijwerkingen. Over dat scenario ben ik niet zeer verontrust. Het gebeurt ooit, maar geen mens weet wanneer en het lukt om me daar niet druk om te maken.

De psycholoog dacht dat er qua toekomst misschien nóg iets speelt, iets met betrekking tot de bijwerkingen van de testosteronremming. Ik denk nu dat ze daar raak schoot en iets aanboorde. Op zich is het geleidelijke verlies van energie/weerstand/stressbestendigheid niet het probleem (daar ben ik aan gewend), maar is het wel zo dat ik er nooit rekening mee heb gehouden dat er geen bodem is van de uitholling ervan. Mijn hoofd weet het, maar het daalt niet in.

Ik denk dat het vergelijkbaar is met de tijdelijke paniek toen ik volledig werd afgekeurd. In alles was dat goed. Ik had alles geprobeerd, gedurende de re-integratie tekende het zich ook al af door de trage opbouw van werkuren en ik had bij de opbouw en uitbreiding van uren en taken meerdere keren stappen terug moeten doen. Afgekeurd worden was dus klip en klaar. Tóch zat er toen ergens in mijn hoofd de overtuiging dat ik hoe dan ook een paar dagdelen werk zou houden en daarmee structuur in de werkweek. Die overtuiging was van vroeg in de re-integratie en heel hardnekkig. Die stond a.h.w. los van de door mij begrepen, gevoelde en geaccepteerde realiteit dat stoppen met werken het beste was.

Ander niveau dus.

En nu? Aan de slag met de testosteronbodem die er niet is. Waarvan ik weet dat die er niet is. En met het hokje in mijn hoofd dat daar maar niet aan wil. Dat hokje heeft moeite het deurtje open te zetten en die overtuiging te laten oplossen.

Aan het eind van het gesprek vroeg de psycholoog hoe ik het besprokene zou opschrijven. Nou, zo ongeveer dus, zoals ik het appje aan mijn jongste zus formuleerde.

P.S. van een week erna:

Huisarts. Zoladex-prik. Vaste prik: update hoe het met me gaat. Uitgelegd geen bodem, dat wel weten, dat het niettemin schuurt, psycholoog, … .

Zegt hij: kan het rouw zijn? Rouw omdat er een open einde is ipv een bodem of eindpunt? Rouw om het verlies dat groter is dan je verwachtte?

Ik denk: touché. 


Mallemolen 578

Nou, aan deze blog heb je echt weinig leeswerk.  En ik kan me er met weinig letters vanaf maken.  Want? Want ik kan even teruggrijpen op Mal...