De Golden Ten 2026! Delluft. Hemelvaartsdag-traditie. Tien kilometer. Hardlopen. En ook deze editie zit in de tas. Op een dag die zeer regenachtig zou zijn en ook zodanig startte en ik … .
Jeetje, weer hardlopen?
De vorige Mallemolen ging daar toch ook over?
Loopt die gozer alleen maar hard?
Wil hij alleen nog maar over zijn sportieve verrichtingen schrijven?
Vier vragen. Hierbij de antwoorden:{
Ja.
Jazeker!
Nee, zeker niet.
Nee joh. Kijk maar. Maar eerst even wel.
Want het is dus gelukt. Heel gebleven. Ook nog binnen het
uur gefinisht. Wel ‘slechter’ dan vorig jaar, zag ik net. Toen ging-ie in 58.11,
vandaag was er 58.33 nodig. Het ging ook niet met verve. Allerminst. Centrum Delft - Delftse Hout - Centrum Delft bleek een opgave. Voeten,
kuiten en bovenbenen: eendrachtig hadden ze het lastig en na 6 kilometer wilden
ze er eigenlijk de brui aan geven. Maar daar zouden we midden in de Delftse
Hout natuurlijk niks mee opschieten, dus heb ik de muiterij de kop in gedrukt. Met
moeite, zeker tegen het einde.
Nog wel een beetje genoten? Ja! Maar eerlijk is eerlijk, een
stuk minder dan een kleine week geleden in en om Ter Heijde. Dat had meerdere
redenen en dat heeft dan weer veel met snertcellen te maken.
Allereerst en vooral: de Golden Ten is (veel) drukker dan de
Beachrun Ter Heijde. Meer speakergeweld en vééééél meer lopers. En vlak de
toeristen en de ‘dagje vrij’-mensen niet uit. Eén en al onrust dus en kleuren, geluid en geworstel om bij het startvak
te geraken. Constant drukte om je heen tijdens het rennen. En ná de finish
andermaal een muur van kleuren, onrust, geluid, gedrang en zo.
Dat was vroeger niet zo’n punt. Nu wel. De keerzijde van chemoschade en testosteronremming.
Daarnaast: voor ik
bij de start van de Golden Ten ben, zit ik ruim een half uur in de auto en moet
ik nog een minuut of tien á vijftien wandelen. Voor ‘Ter Heijde’ sla ik vanuit
de voordeur drie keer rechts en twee keer links; 400 wandel-/opwarmmeters.
Ja, en niet onbelangrijk: ik had een heel stevig weekje in
de benen. En de rest van mijn lijf. Eerst uit alle macht herstellen van de
inspanning van de Beachrun Ter Heijde van vorige week vrijdag. Op maandag met veel
beheersing de ‘crossfit’ doorstaan. Ik had ook een paar matige nachten. En ik moest
bloedprikken op een (achteraf gezien) iets te vroeg afgesproken uur.
Ja, en dan was er ook nog een lezing. Over mijn leven met snertcellen. Helemaal in Den
Helder. Dat was naast een takkeneind rijden ook een inspannende aangelegenheid.
Een lezing verzorgen levert veel plezier op, maar kost ook een boel. Energie.
Vooral van het koppie. En in dit geval ook een uurtje slaap, want het werd een latertje.
Het nagesprek dat ontstond was nuttig en intens. Niet erg, want het was heel
mooi en het was het dubbel en dwars waard.
Maar ja, aan ‘heel mooi’ en ‘dubbel en dwars waard’ en alle
andere dingen van de stevige afgelopen week wilden mijn benen vandaag totaal geen boodschap hebben, maar ze voelden ze wel.
En nu? Nu zit ik onder de streep dus met een matige tijd
waarmee ik heel tevreden ben, met benen vol kramp en spierpijn, met een maag
die trek heeft in alles én met een trots koppie.
Want weer gelukt.
Het eten is inmiddels bijna klaar. Tjap Tjoy-achtig. Eerst nog maar een
biertje. Oh, 0.0 hoor.

