Mallemolen 578

Nou, aan deze blog heb je echt weinig leeswerk. 

En ik kan me er met weinig letters vanaf maken. 

Want?

Want ik kan even teruggrijpen op Mallemolen 571. Toen was het goedbeschouwd het voorafje. Bij ABP aangeven dat ik per januari 2027 gaarne ouderdomspensioen zou ontvangen ipv het huidige arbeidsongeschiktheidspensioen.    

Was dat bijzonder? Voor mij wel, want een kleine zes jaar geleden - ik kreeg toen een vrij ontnuchterende en tamelijk verschrikkelijke diagnose te verwerken - had ik niet in het vizier dat dát me nog gegeven zou zijn.

En vandaag - 4 september laat zich meer en meer kennen als een heel bijzondere datum* - werd het hoofdgerecht opgediend. 


Met een brief. 

Van de SVB, wat staat voor Sociale Verzekeringsbank. 

De kop luidde: 

Welkom! Vraag nu uw AOW aan

Nou, dat vond ik zo uitnodigend ('Welkom') en tegelijk ook zo licht-dwingend ('nu') dat ik meteen in actie ben geschoten.

Kortom, kennelijk oude en zeker ongeneeslijke man vraagt AOW aan.
(en die ouwe knar gaat nu - voor zijn gevoel als een jonge god - het huis door met stofzuiger en sopdoek.

*4 september

- 1979: opkomstdag militaire dienst 79-5
- 1980: afzwaaidag militaire dienst
- 1997: geboorte super-zoon Kay
- 2026: aanvraag AOW

  

Mallemolen - Boektip 32

Degelijke lichtheid rond het einde

Laat ik de titel en ondertitel er bij wijze van zure appel maar meteen in kletsen: ‘Tumult bij de uitgang – Lijden, lachen en denken rond het graf’. En denk je nu ‘oeps, een boek over de dood’, laat ik je dan geruststellen. Tuurlijk, het ís een boek over de dood, maar wel van de hand van verpleeghuisarts Bert Keizer. Hij houdt de zaken hanteerbaar, verwoordt het thema zo licht mogelijk. En eerlijk is eerlijk: heb/had je kanker, dan wordt je dood toch een iets actueler thema. Toch!?

Even wat flarden uit de flaptekst. Keizer poogt ’zo getrouw mogelijk verslag te doen van wat we allemaal denken, hopen, vrezen, overwegen en idioot vinden rond de sterfelijkheid van de mens’. Hij put daarbij uit een inmiddels overdadige bron want ‘in zijn werk als verpleeghuisarts ontmoet hij dagelijks patiënten, collega’s, filosofen, verpleegkundigen, schrijvers, dichters, doodgravers, warhoofden, predikers, wijzen en een enkele schurk’. En dat werk doet-ie al enige decennia.

Humor en menselijkheid staan centraal in ‘Tumult bij de uitgang’ waarbij Keizer zich afzet tegen ‘allerlei praatjesmakers die menen de wijsheid in pacht te hebben’. En dan doelt hij op ‘artsen die ‘biochemisch ravotten’ met terminale patiënten, maar ook zalvers en zwevers die ons met’ kleuterachtige onzin’ een rad voor ogen draaien’. Spreekt mij zeer aan.

Openingszinnen van het eerste stukje: “Sterven wordt overdreven, in allerlei opzichten. Allereerst wordt de moeilijkheidsgraad zwaar overschat… “. Mij heb je dan: humorvolle lichtheid met de voeten aan de grond; In elk geval weet je nu een beetje wat je kunt verwachten.

En om de verwachtingen nog wat verder in te kleuren: 250 pagina’s, goed voor 52 stukjes over de dood of de fase er vlak voor. Ook kanker? Ja/Nee. Op weg naar de dood doet dat er weinig toe, denk ik. En ben je nog een (vermeend) eind verwijderd van de dood? Dan is het een groot genoegen enigszins vertrouwd te raken met dat wat we doorgaans als het zwaarst inschatten. Nou, en als dat dan op zo’n lichte, onderhoudende manier kan … .   

Bert Keizer: Tumult bij de uitgang
ISBN 978 90 477 0600 7

Mallemolen 577b

Trip (tweede poging tot verslag)

Goed, gisteren trip gehad. Psilocybine. Paddo-spul.
Vandaag integratie-sessie.

Mijn avontuur is sowieso een succes. Ja, ook als de neuropatische pijn in mijn voeten en handen en/of de beleving van die pijn niet verandert.

De trip en alles eromheen heeft me verrijkt. Dat zit 'm in de onderwerpen, thema's en knelpunten uit mijn leven en in mijn situatie die naar boven kwamen. Soms werden die tijdens mijn vlucht ineens kristalhelder door de beelden die ik zag en de emoties waar ik doorheen ging. Er kwam ook een nieuw en verrassend onderwerp op. En soms kreeg ik een bevestiging van wat ik al min of meer wist over een thema.

Gedaan en gedurfd
Hoe dan ook is er de winst van het gedaan te hebben, het gedurfd te hebben. Er is ook de winst dat ik kennelijk controle kan opschorten, dat ik langer en meer kan laten gebeuren dan ik dacht. Dat ik me nieuwsgierig en in vol vertrouwen kon overgeven aan wat kwam.

Wat er kwam was uniek en heel intens. Intenser dan ik voor mogelijk hield. Ik voelde mijn voeten en handen meer dan ooit. Ik was een tijdje plat als een pannenkoek en zwart. Mijn handen lagen in mijn gevoel net zo plat op het matras als de rest van mijn lijf terwijl ik wist dat ze op mijn bekken/buik lagen. Op een zeker moment kwam een zwaar, wit, stralend iets van boven mijn buik in; dat paste kennelijk. 

Ik zag kleuren en golven die meebewogen op de muziek. Muziek die mij soms onontkoombaar met zich meenam en me dan weer ineens achterliet. Ik heb gelachen, gehuild en een orkest gedirigeerd. 

En het ging maar door, uiteindelijk vierenhalf uur. Muziek, beelden, kleuren, stukken in mijn lijf die een rol pakten qua gevoel, aanwezigheid en ook beweging. Er was een zwevende bol bros wit schitterend ijs, de verpersoonlijking van iemand. Die bol sublimeerde; het object vroor uiteen, verkruimelde en loste op. Later kwam diegene net zo stralend wit en ijzig terug. Toen werd het even emotioneel, kwam ik bij verdriet, waarna ik het stralende witte ijzige geheel klem heb gezet en kon aangeven: jij (de pijn/het verdriet) wint niet, van jou verlies ik niet.

Er was meer emotie. Tranen. Van geluk en een angstig besef tegelijk. Glashelder zien hoe groots en belangrijk een paar mensen zijn en ineens keihard beseffen ze ooit los te moeten laten. Dat laatste was verrassend. Ik dacht: ik ga eerder dood dan zij, dus het laten-gaan-probleem zit vooral bij hen. Niet dus.

Traagheid
En er was een mooie ervaring tijdens de trip, direct erna en later op de middag en avond. Een traagheid die weldadig voelde en tegelijkertijd een gevoel van rustig uitdrijven; ik hoefde niks. Bij het van de vliegtuigmodus halen van mijn 06 knorde en plopte het apparaat vrolijk en onderweg naar huis zag ik een baaierd aan appjes en mailtjes. Het deed me niks. Ik deed niks. Ik dacht: is voor straks, voor later, dat komt wel, nu eerst verder landen, wat liggen, wat eten, wat aandacht voor Jip en Lucy, alvast wat vertellen aan super-F.. Als er veel is en dan niks doen. Dat is voor mijn doen ongekend. Het voelde goed.

Wat na thuiskomst volgde was een nog wat mistig diner, een iets minder mistige wandeling door het dorp en een heel matige nacht met een doodmoe lijf, met zoemende en pijnlijke voeten waar ook nog steekjes en krampjes in zaten en met een hoofd dat veel herbeleefde van de trip terwijl ik mezelf ook zag en voelde op het tripbed. En ik zag mezelf door de kamer schuifelen tijdens de sanitaire stops.

Bij de eerste stop kreeg ik het beeld van hoe zweven eruit ziet. Een vloer die vloer is, maar toch weinig vastigheid belooft. "Pfoeh", zei ik tollend op de bedrand. "Komt stevig aan, hè", zei de psycholoog. "Ja". Samen zes woorden. Volledig begrip. Totaal veilig gevoel.

Ik ervoer ook hoe spacen voelt en eruit ziet bij je ledematen: mijn handen zag ik, die waren van mij, geen twijfel mogelijk, maar ze hadden hun volstrekt eigen regie. Ze presenteerden zich aan me in een vertraagde choreografie waar ik met vrolijke verbazing naar keek. 

Vanmorgen zijn er bij de integratie-sessie met de psycholoog wat punten op de i gezet. Dat ging onder begeleiding van humor, diepgang, een stukje van haar verhaal, highlights van mijn belevenis. Er was een lach, veel ontspanning en een enkel traantje. Er werden wat dingen in perspectief geplaatst en van nog wat context en details voorzien. Een doodmoe maar heel blij mens stapte na een uur in de auto. 

Wijzer. Rijker. En trots. 

Geprobeerd, gedurfd, gedaan.

(dat laatste klinkt stoer, maar het kon alleen dankzij de geweldige, betrokken en vakbekwame begeleiding van de psycholoog. De dag voor de trip. Vervolgens op de dag zelf vlak voor, tijdens en na de trip. En vandaag weer. Ze liet me voelen constant in control te zijn, was een baken van rust, gaf me alle ruimte om het zelf te doen en was er in alles voor me als ik dat nodig zou hebben.)     

Mallemolen 577a

Trip (eerste poging tot verslag)

Ik had dus een trip. Psilocybine. Vraag was: krijg ik de lage dosering-placebo of het volle pond. Binnen tien minuten was die vraag beantwoord: het volle pond.

En toen?

Het is nauwelijks in woorden te vatten wat me gebeurde. Ik kom nu - negen uur na de trip - niet verder dan een aanzet.

Het was vooral heel veel en heel intens. Het was uniek, soms ook eng, maar meest goed. Het was verrijkend aan inzichten, maar die zijn nu eigenlijk (nog) niet in woorden te vatten.

Ik heb er hoe dan ook geen spijt van.

Morgen heb ik een integratie-sessie om hier en daar handen en voeten te geven aan wat ik beleefde en wat er loskwam. De psycholoog gaf een vel met vragen mee en de verzekering dat ik ze thuis mocht invullen als dat lukte, als ik al de juiste woorden kon vinden. "En anders kijken we er morgen naar." 

Nu al is deze trip sowieso een openbaring. En ik vond het uniek wat er met je gebeurt en wat je beleeft. Een paar inzichten, beelden en ervaringen heb ik vlak na de trip (zeg maar tijdens het uitdrijven) genoteerd.  

Enorm pluspunt was dat de begeleiding vanuit het VUmc ontzettend goed is. Ik hoopte er 'vrij' in te kunnen gaan, open en nieuwsgierig. Daarnaast ik hoopte dat ik het gewoon kon laten gebeuren, kon loslaten. Dat lukte en de geweldige begeleiding maakte dat mogelijk. Veiliger dan vandaag heb ik me zelden gevoeld, ondanks dat ik zoiets onbekends deed.



Mallemolen 577

Daytrip

Zo! Mijn activiteit van de dag zit er met mijn ochtendprogramma op. Twee uurtjes, intensieve uurtjes. Online. Met een psycholoog. En dat bleek nog maar het zeer prille begin van een avontuur dat fascinerender is dan ik kon inschatten. Ik ga af op één van de onzekerste, uitdagendste en uniekste ervaringen uit mijn leven.

Wat dan? Ik ga trippen. Ik ga het geestverruimende pad op. En wie mij een beetje kent, denkt nu wellicht van alles. Want Erik aan de geestverruimende middelen? Die gozer rookt niet, sport veel en drinkt nauwelijks en dan aan de hallucinerende spullen? Erik op een doelbewuste trip? Is het ‘m op zijn bijna pensioengerechtigde leeftijd in de bol geslagen? Heeft-ie ineens problemen die zo ernstig zijn dat ze alleen met paddo-achtige middelen oplosbaar zijn? Terechte vragen! En wie weet wat er straks, in de eerste helft van augustus, uit de paddohoed komt. Ik ben er na de afgelopen twee uur in elk geval razend benieuwd naar en enthousiast over.

Polyneuropathie
Waar heb ik het over? Ik had daarnet een screening en erna een intake. Met een psycholoog van de Vrije Universiteit. Dat was in het kader van een onderzoek naar het verlichten van klachten bij mensen met polyneuropathie door chemotherapie. Ik heb zulke klachten. Altijd pijn in mijn voeten. En een soort gevoelige ongevoeligheid. Bij vermoeidheid wordt dat iets erger. Dan doen ook mijn vingers/hand, lippen en littekens in mijn boven- en onderkaak mee. Normale pijnstillers helpen niet bij neuropathie. En dus is er onderzoek naar middelen die wél de pijn kunnen verminderen én naar middelen die de ervaring van de pijn kunnen verminderen.      

Dat laatste bleek bij de screening en wat mij betreft is dat een bonus en maakt het het aanstaande avontuur fascinerend. Uit de info bij de oproep om mee te werken aan het onderzoek had ik begrepen dat het ging om een proef met een stof die ook in paddo’s zit. En die stof zou neuropathische pijn kunnen verminderen. Punt.

Overzichtelijk
Nou, daar had ik wel oren naar met mijn gevoelig-ongevoelige voetjes. Het zou werken of niet werken en het was een onderzoek met wat gesprekken en één klinische dag waarop je het middel krijgt. Lekker overzichtelijk. Eerder deed ik mee aan een maanden durend onderzoek met een antidepressivum dat zou kunnen werken tegen neuropathische pijn. Dat was niet zo’n succes. Je moest in een week of twee een spiegel van het middel opbouwen en dan zou het al of niet moeten werken. Dat werd in de weken erna dan onderzocht. Maar helaas, aan de fase 'werkt wel/niet' kwam ik niet toe; na anderhalve week beroerd zijn en somber worden, besloten de onderzoeker en ik ermee te stoppen.

Goed, nu dus een ééndagsexperiment met meteen uitslag of het wel of niet de pijn wegneemt. Dacht ik. Maar dat is minder dan de helft van de insteek van de onderzoekers bleek vanmorgen. Er zijn twee ‘velden’ van onderzoek. Je krijgt een geestverruimend pilletje en dat – ik zeg het in mijn woorden en hoe ik het heb begrepen - brengt je in een andere staat van bewustzijn en die andere staat kan je helpen je pijn ook anders te beleven. Wel pijn, andere beleving ervan/omgang  ermee. Om die werking gaat het de onderzoekers vooral. En daarnaast kan het middel ook direct de pijn verminderen.

Screening
Het is een wetenschappelijke proef met een serieuze trip. Heel intens, zeker als je niet de lage placebo-dosering krijgt. Vandaar die screening. Er kan nogal wat met je gebeuren op de pilletjes-dag. Eerst ging het over mijn eventuele ervaring met geestverruimende middelen. Nou, die heb ik absoluut niet. Was geen punt, want gelukkig telde een runners-high ook mee. En ik denk dat de euforie bij het scoren van de gelijkmaker in de slotseconde dan ook meetelt. In elk geval had ik nu een idee wat me zou kunnen overvallen.

En ik moest mijn leven schetsen. Familie, werk, omstandigheden, levensloop, mijn huidige toestand en ‘zijn’, mogelijke trauma’s/PTSS-achtige toestanden. Dat werk. Ook ging het over eventuele zelfmoordgedachten en -neigingen gedurende mijn leven. Opdat ze weten of ik zo’n trip zou aankunnen en wat er eventueel tijdens mijn trip tevoorschijn zou kunnen komen. En wellicht ook opdat ik me realiseerde dat er met een krachtig, serieus middeltje werd gewerkt. Die al dan niet bedoelde boodschap kwam aan.

Intake
Nou de screening doorstond ik en dóór ging het. Intake. Daarbij werd onder meer de onderzoeksdag geschetst; ik begon het steeds leuker te vinden. Ja, óók toen bleek dat we op de hallucinatie-dag al om 8.15 uur bij de hoofdingang van het VU-ziekenhuis moeten staan. "En", klonk het streng, "minimaal 2,5 uur tevoren de laatste maaltijd. Zónder melkproducten". Vroeg op dus, voor mijn doen raar ontbijten en zeer bijtijds de snelweg op. “Dan haal ik je op en breng je naar de behandelkamer. Dat is een normale ziekenhuiskamer, maar die hebben we wel een beetje gezellig gemaakt, want je moet er de hele dag verblijven”, aldus de psycholoog die me die dag in de gaten zal houden en eventueel helpt. 

Vervolgens ging ze punt voor punt de dag door. Pilletje* van de psychiater of onderzoeker en dan na 10 tot 40 minuten de eerste effecten. Dat bleek een keur aan mogelijke effecten te zijn. Fysiek: zwaar gevoel in mijn lijf. Of juist licht. Tintelingen. Aandacht die vanzelf naar bepaalde plekken van mijn lichaam gaat. Zintuigen die op scherp komen te staan. Prikkels die intenser worden ervaren. Eventueel misselijkheid; vandaar dat vroege eten en het moeten mijden van dierlijk spul.  

Dat was het fysieke deel. Vervolgens kreeg de ruwe schets uit de screening over geestverruiming meer kleur, want psychologisch/emotioneel kan er nogal wat loskomen. Ik zal er een paar noemen. Gedachten die ineens anders gaan. Sneller. Of trager. Denken aan heel andere dingen dan normaal. Een andere sensatie van gedachten; wat normaal is kan heel fascinerend aandoen. Beelden en visioenen als je je ogen dicht hebt; patronen, kleuren, situaties, bepaalde mensen. Emoties die opkomen; verbazing, boosheid, verdriet, blijdschap.

Fascinerend.

Op voorhand kreeg ik al een advies: “Wat er ook gebeurt: laat maar komen. Dat werkt het beste. Onze ervaring is dat weerstand bieden het minder prettig maakt.”


Fases
Er zijn – bleek vervolgens – drie fases na het innemen van het pilletje: opstijgfase, plateaufase en landingsfase. Leukste detail daarbij vond ik: de landing gaat niet glad, maar in golfjes. Ik kreeg een beeld van deinend aanspoelen op het strand. “Na 4 tot 6 uur ben je er dan wel weer”, schetste de psycholoog. Ze vulde in dat kader nog wat aan wat betreft de psychische kant: “Als je er heel diep inzit, verlies je gevoel van tijd, ruimte etcetera. Maar je komt eruit. Ze zei het laatste met enige nadruk.

Het vervolg was leuk. Want je bent er dan wel uit, "maar", zei ze, "na de landing kun je allerlei gevoelens hebben. Blij, kwetsbaar, het gevoel van ‘laat me maar even’, … van alles. En als je het niet kunt omschrijven, er geen woorden voor hebt, of nog niet: dat geeft niet, laat maar. Dat komt de dag erna, bij de integratiesessie. Dan gaan we de gevoelens plaatsen zodat je er in je leven wat aan hebt.”

Nieuwsgierigheid
Ze schatte in dat ik voordeel heb van mijn nieuwsgierigheid. “Nieuwsgierigheid is handig als het raar of ongrijpbaar wordt. Het helpt als je nieuwgierig kunt kijken naar wat er opkomt. Als je je afvraagt: waarom dit? Of: kan of moet ik er wat mee? Je gaat met een soort helicopterview naar jezelf kijken, los van je vaste denken en – als je dat zo kunt zeggen – je ego.”

Al met al was het vanmorgen een lang verhaal/gesprek. “Op de onderzoeksdag gaan we niet zo in gesprek”, verzekerde de psycholoog me. “Doel is jou de kans te geven bij jezelf naar binnen te gaan.” En zij? Zij is erbij als verzorger en dat is dan vooral praktisch. Verzorging in de vorm van spullen, dingen. Een dekentje, drinken, misschien wat eten. En eventueel mentale steun. “We zullen je – als je erin zit  – niet snel benaderen; dat zou jou storen. Je moet straks zelf aangeven als je praktische of mentale hulp nodig hebt.”

Oogmasker en koptelefoon
Ze vervolgde met een paar praktische dingen. Ik krijg een oogmasker en een koptelefoon met een playlist gericht op de fases van de trip. En ook dan: “Als je voelt dat de muziek niet aansluit bij wat je voelt: zelf zeggen." En mocht het me onverhoopt bijna te veel worden, ook dan is het zaak te proberen het zelf het hoofd te bieden. "Je concentreren op je ademhaling, buikademhaling, om rustiger te worden, dat ken je waarschijnlijk wel al." Is de nood dan nog (te) hoog, dan mag ik het oogmasker en de koptelefoon afzetten en eventueel de psycholoog hulp vragen.

Zo lang mogelijk ‘binnen’ blijven is dus het devies. Geen gesprekken of geklets, dat wist ik al. Evenmin mogen lees- of puzzelboeken worden ingezet om de uren door te komen. Zo min mogelijk externe prikkels. Lachend zei ze: “Als je de hoge dosering krijgt, zul je daaraan ook absoluut geen behoefte hebben”. Schrijfspullen mogen trouwens wel, dus er is een kans dat ik mijn belevenis/gevoel live aan het papier toevertrouw.

Elke keer anders
De psycholoog zei in dat hele verhaal iets verrassends, wat ik los heb opgeschreven. “Je krijgt een psychedelische ervaring die uniek is.” Nou wist ze uit de screening al dat ik sowieso een unieke ervaring ga opdoen, want het is mijn eerste geestverruimende reis, maar het gaat nog verder. Een andere keer met dezelfde variabelen (mijzelf en dat pilletje) zal het hoe dan ook anders zijn, verzekerde ze me. "Elke trip is anders."     

Vervolgens gingen we op naar het slot. Dat was eerst praktisch. “Parkeren kan onder het ziekenhuis. Vanwege je neuropathie kan het fijn zijn sloffen mee te nemen. En je schrijfspullen mogen dus mee.”

Het bijna-slot was licht verrassend. “Neem ook iets mee waar je steun aan hebt. Een knuffel, een beeldje”. Knuffel? Beeldje? Iets dierbaars? Huiswerk.

Het slot was zeer verrassend. “Bedenk een vraag die je op die dag tijdens de trip wilt onderzoeken”. Zij onderzoeksresultaten. Ik ook wijzer. Heel attent.

* Psilocybine

Mallemolen 576

 

Roundup

Al maanden
is het rommelen.
Al bijna een jaar,
denk ik.

Er kriebelt wat.
Wel gedachten,
geen scherp beeld.
Geen vinger op zere plek.

Vandaar nu
even pas op de plaats.
Schrijven wat opkomt.
Voor mezelf.

Zaken op een rijtje.
Hopen op inzicht.
Of iets meer zicht.
En misschien een mogelijke uitweg.

Gaat het slecht? Nee.
Gaat het goed dan?
Ook niet.
Vaak wel, denk ik.

Neem ’s ochtends, het opstaan.
Barrière die er vroeger nooit was.
Lijf zegt: laat me liggen.
Beroerd. Moe. Lam.

Mijn hoofd weet inmiddels beter:
al voelt mijn lijf beroerd
en voelt niets daarin voor actie
ALS JE OPSTAAT TREKT HET BIJ!

Duidelijk beeld. Toch? Opstaan.
Maar wacht, bijkomstigheidje:
lamlendig-laat-me-lijf heeft hulp
van slaap die verbeten aanklampt.

Samen zijn die echt beresterk.  
Dus al weet mijn hoofd beter
en roept-ie in hoofdletters, 
het is vaak een titanenstrijd.

Rot aan de dag beginnen,
gebeurde het laatste jaar steeds vaker.
Lastig. Je die statistiek realiseren,
is een extra vermoeiend vooruitzicht.

Maar goed, we zijn opgestaan.
Dan is het vaak nog doorbijten.
Koffie doet soms wonderen.
Mijn vrijwel dagelijkse zeewaterbad vaak ook.

Dingen gaan doen helpt. Maar ...
... maar dan is er vaak onrust.
En moet ik mezelf afschalen:
wat moet er nou echt? Wat moet nu?

Ik kan niet meer te werken.
Hoeft gelukkig ook niet; veel ruimte,
maar ook een sterke wil
en zin in veel. Dat wringt.

Oh, en wat daarnaast speelt:
Neuropathie. Heb ik het zelden over,
maar mijn voeten doen altijd ‘pijn’.
Vingers, lippen en tandvlees vaak.

Die last neemt ook toe.
Schoenen voelen te strak
Voeten tintelen vaker. En intenser.
Bij kou crasht de aansturing.

Ja, en nog iets:
ik heb ook steeds minder energie
of noem het weerstand,
Ausdauer.

Dat betreft (vooral) mijn hoofd.
Ik las net terug; tijdens mijn re-integratie
ging het bij de bedrijfsarts over hetzelfde*:
geheugen, druk/drukte, nieuwe dingen, spanning, ...

Nou, ga er maar vanuit
dat het nu veel erger is,
nauwer luistert,
gauwer misgaat.

Misgaat ja, ondanks
meer ervaring met doseren.
Middelen tussen wat ik wil en kan.
Kiezen waarvoor ik wel en geen tol wil betalen.

Mis, ondanks dat ik moe ben.
Vaak moe. Want het is altijd spannend
op het veld tussen mentaal en fysiek fit blijven
en mezelf ondermijnen.

Dat heeft van doen
met trots, eer, sterke wil,
lol in dingen doen en willen weten.
En met wat ooit kon, mijn referentie.

Dus moet ik steeds scherper kiezen.
Wat wil ik zeker doen en wat staat reserve?
Wat lees ik en wanneer en waar?
Naar wie e/o wat ga ik toe? En hoe lang?

De lijst is lang.
Wanneer trainen en wat?
Welk deel van het klusje vandaag? Wat morgen?
Dat werk.

En ook:
Wat is mijn plan B
als A strandt,
of niet van de grond komt?

Klinkt allemaal vrij bezig.
Aard. Beestje.
Voor ziek zijn, voor afbouwen,
voor slagbomen ben ik niet gemaakt.

Dat laatste redt me regelmatig
als slaaprest en lam-vermomd lijf
samenspannen tegen
wat mijn hoofd weet en opdraagt.

Dus neem ik me voor:
morgen volg ik onverbiddelijk
de ‘OPSTAAN HELPT’. (En zet ik
een tweede wekker. Op opsta-afstand)

P.S.
Denk vooral niet dat ik, om in het spoor te blijven, puur afhankelijk ben van exercities als deze. Gelukkig hoef ik het niet alleen te doen.
Onveranderlijk is er super-eega F., die onder meer toeziet, met me spart en de handrem bedient.
Én zijn er mensen die, net als super-F., gevraagd en ongevraagd advies geven.
Maar af en toe moet je gewoon even bij jezelf naar binnen kijken. 
   

https://erikhuisman.wordpress.com/2022/08/18/mallemolen-297/

Zes woorden (17 t/m 27)

Gisteren bij Paagman 

Boekpresentatie 'Cool Machine'


Derde deel trilogie

van Colson Whitehead 


Colson was erbij

Interview, vragen, signeren


In val gelopen

Inderdaad, boek gekocht


Hapje uit erfenis

Komt zeker goed


Tuurlijk, is onontkoombaar: 

heb gesigneerd exemplaar (😅)


Maar nu eerst

heel veel leeswerk


Heb trilogie compleet

met 'Cool Machine'


Maar 'Harlem Shuffle'

lag nog ongelezen


En 'Misdaad Manifest'?

Ja, die ook


Dus hup Huisman

Aan de slag!




Mallemolen 578

Nou, aan deze blog heb je echt weinig leeswerk.  En ik kan me er met weinig letters vanaf maken.  Want? Want ik kan even teruggrijpen op Mal...