Denken, hopen, wachten.
Hopen, wachten, denken.
Wachten, denken, hopen.
Denken, wachten, hopen.
Wachten, hopen, denken.
Hopen, denken, wachten.
Denken, hopen, wachten.
Hopen, wachten, denken.
Wachten, denken, hopen.
Denken, wachten, hopen.
Wachten, hopen, denken.
Hopen, denken, wachten.
Boeken. Welke eerst?
Eco won. Nipt.
Was de dunste.
Murakami volgt snel;
drie in één.
En Rahman dan?
Die komt daarna.
Rouwen met handelingen
Moeder overlijdt. Alvleesklierkanker. Zoon: “Ik besloot de
volgende dag … spontaan en zonder vooropgezet plan mijn moeder te gedenken met
kleine, voor haar betekenisvolle handelingen. Een t-shirt uit Denemarken dragen
dat ze me ooit had gegeven, luisteren naar een muziekprogramma waarvan ze
hield, … .”
Waarom deed hij dat? “[Ik stond nu] voor de opgave me te
verhouden tot een meer dan essentieel gevoel, verdriet om de dood van mijn
moeder. Maar juist het rouwen, de bewust gezochte handelingen vol herinnering
verhoogden mijn gevoeligheid en stelden me in staat een leven … te volgen, te
beschrijven en ook na te leven.”
Niedekker beschrijft het proces in zijn ‘Vooraf’ aan het
begin van het (dag)boek dat hij vijf maanden bijhield. Het resultaat ervoer ik als
een ‘rouwreis’ beschreven in een prachtig dagboek. De grootste kracht van
‘Rouw’ is dat het inspireert en ogen opent.
Vormgeven
Zonder dat het zijn doel is, stipt Niedekker met zijn handelingen
vol herinnering tal van mogelijkheden aan voor hoe je kunt rouwen en een groot
verlies kunt vormgeven. Het gaat over dingen doen in de geest van wie/wat je
verloor.
En wat deed hij dan? Betekenisvolle plekken zien. Bepaalde spullen
koesteren van diegene en je het verhaal erbij herinneren. Ik wilde een paar
voorbeelden geven en liep al meteen vast: te veel mooie voorbeelden al in de
eerste maand. Ik bleef noteren, geen doen. Niedekker palmde me razendsnel in.
Niettemin: een paar voorbeelden. “Ik heb voor ma een walnoot
geraapt”. “Ik heb ik in Stedevaart van Jan Brokken ‘Mijn eeuw, mijn beest’ gelezen,
...”. “Ik heb namens ma haar horloge aan Zjan gegeven”. “Vandaag heb ik dus het schrift gekocht
waarin ik voor haar of ter nagedachtenis aan haar mijn boek over de ochtenden
zal schrijven”. “Ik heb vanochtend in de mistige vroegte ook namens ma de auto
voor de keuring naar de garage in De Goorn gebracht”.
Vrijdagen
En op vrijdagen om 14.00 uur, de tijd waarop zijn moeder via
euthanasie overleed, pakt hij de stilte. “Ik ben stil voor ma. De wekker van
mijn mobiel gaat om tien voor twee af”. Op 13 november: “Op mijn tegendraadse
geluksdag (op een vrijdag ben ik geboren en 13 is mijn geluksgetal) loop ik
rond twee uur het bos in …”. “Op deze regenachtige vrijdag ga ik iets na tweeën
naar buiten. Een buizerd …”.
Wat sterk werkt is de dagboekvorm. Elke dag iets
dierbaars/betekenisvols. Dat levert meest korte stukjes op die je één voor één
kunt lezen en ze tussendoor overdenken. Dan wordt het meditatief. Of je leest
ze in één ruk allemaal achter elkaar weg. Dan mis je misschien hier en daar een
rouwmanier, maar beleef je meer zijn ‘reis’ en krijg je een mooie reconstructie
van het leven van zijn moeder.
Donald Niedekker: ‘Rouw’
ISBN 978 90 834 1196 5
* Voor Carma – Centrum voor leven met en na kanker schrijf ik boektips. Een aantal alinea’s over een boek waar ik tegenaan liep. Ik probeer aan te geven waarom het boek mij raakte en geef aan waarom mensen geraakt door kanker er wat aan kunnen hebben. Dat kan nadrukkelijk óók gewoon plezier zijn, zoals ik dat beleef aan het lezen voor en schrijven van deze stukjes.
Niet-zo-topdag
En dan slaat-ie tóch toe.
Toch, alsnog.
Lafbek.
De schuldige?
Het infuus van woensdag,
bedoeld om mijn botkwaliteit
een boost te geven.
Want ja, het gevolg van
testosteron afknijpen,
is botweefsel verliezen.
Inleveren,
ondanks die calciumpil
elke dag. En vitamine D.
Brozer bot,
hoeveel je ook sport
en trekt aan gewichten.
Goed, infuus dus,
slaat geniepig toe,
op dag twee.
Eerder niet?
Jawel, gisteren;
dat was, blijkt nu,
een aanzetje.
Vandaag is ‘t serieuzer.
Moeizaam opstaan,
al moe bij 't ontbijt
en wat knorrig ook.
En wat doe je dan
als ’t steviger aantikt?
Beetje pionieren.
Na het ontbijt
en een plons in zee
wél met de stofzuiger
door het hele huis.
Normaal
tempootje tornado
vandaag
als een zuchtje wind.
Wat ik dan nog niet weet
is dat het zuigen
eigenlijk nog best goed gaat.
Bij het soppen en dweilen
weet ik beter.
Schade, schande.
Te hoog tempo,
net iets te grondig.
Aanvankelijk dan.
Ik kies voor een licht-Franse slag.
Niettemin,
mijn benen vullen zich
met lood.
Mijn voeten tintelen
en gaan serieus pijn doen;
mijn hoofd hult zich in mist.
Na de lunch
is het niet veel meer.
Nee, niet kapot
of gesloopt.
Nee, ook niet
dat gaan liggen
onontkoombaar is
of het beste lijkt.
Gewoon wat ik zei:
niet top en daar dan
een eindje onder.
Gelukkig is er tennis:
de eerste halve finale
op Roland Garros.
Partij duurt drie uur,
hoofdmist trekt wat op,
benen verliezen lood.
En mijn moeilijke voeten?
Bijna pijnvrij,
al zoemen ze nog licht.
Niettemin,
het voorgenomen rennen
ruil ik in.
Het wordt fietsen
Monster – Kijkduin – Monster,
niet als de gebruikelijke tornado
maar als een zuchtje wind.
Het pakt goed uit.
Gelukkig.
Dat biedt perspectieven
voor de avond.
Lezen lijkt nu wél mogelijk
en als ik me vergis
dan gooi ik een wissel om.
Roland Garros heeft
die andere halve finale
nog in de aanbieding.
In elk geval heb ik keus
en wil ik weer meer
dan vanmiddag.
Zo gaat dat vaker
op een niet-zo-topdag.
Nou, aan deze blog heb je echt weinig leeswerk. En ik kan me er met weinig letters vanaf maken. Want? Want ik kan even teruggrijpen op Mal...